Psychologische basisbehoeften

Autonomie, competentie en verbondenheid

Het belang van positief jeugdbeleid is inmiddels breed gedeeld in Nederland. De basis, het waarom, hoe en wat van succesvol jeugdbeleid, is nog bij lang niet iedereen even duidelijk en vanzelfsprekend. Hiervoor is het van belang om te onderzoeken wat de fundamentele bouwstenen van positief jeugdbeleid zijn, wat essentieel is om jeugdbeleid succesvol en impactvol te laten zijn. 
Een van die bouwstenen is aansluiting bij basisbehoeften.

Universele basisbehoeften
De wetenschappers Deci en Ryan identificeren drie psychologische basisbehoeften waarvan de vervulling essentieel is voor het welzijn en welbevinden van ieder mens. Deze basisbehoeften zijn autonomie, competentie en verbondenheid. Het vervullen van deze basisbehoeften heeft impact op het welzijn en geluk van individuen, het draagt bij aan de intrinsieke motivatie om dingen te willen ondernemen en productief te zijn en het zorgt ervoor dat mensen zichzelf maximaal willen ontwikkelen. Dit is van toepassing op iedereen, maar de vervulling van deze basisbehoeften is extra van belang voor jongeren, omdat zij nog volop in ontwikkeling zijn. Het leidt tot een positieve ontwikkeling van jongeren en problemen worden verminderd of voorkomen.

De relatie tussen basisbehoeften en het welzijn en geluk van jongeren is niet alleen een positieve relatie. Het niet vervullen van de drie basisbehoeften kan grote negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van jongeren hebben. Als de basisbehoeften worden geblokkeerd, dan leidt dit tot een groot gebrek aan welbevinden. De jongere wiens basisbehoeften zijn geblokkeerd, kan een (zelf) destructieve houding aannemen. Wetenschappers geven aan dat deviant gedrag en psychiatrische problemen vaak hun oorsprong vinden in het niet vervullen van de basisbehoeften. 

Succesvolle strategie
Een succesvolle strategie om zoveel mogelijk de behoeften van jongeren aan verbondenheid, competentie en autonomie te vervullen, bestaat uit een viertal uitgangspunten:

  • De eigen inzet van jongeren staat centraal en wordt gestimuleerd met vormen van ondersteuning (autonomie)
  • Waar nodig wordt zorg geboden, maar altijd zonder alles uit handen te nemen, zodat autonomie en competentie zoveel mogelijk in stand blijven. Wanneer dit niet mogelijk is worden jongeren zoveel mogelijk begeleid naar een situatie waarin ze autonomie en competentie kunnen ervaren.
  • Zorg en ondersteuning wordt afgestemd op de specifieke behoeften van jongeren (en hun omgeving)
  • Alle jongeren worden aangesproken op hun potentie; er wordt niet uitsluitend ingezoomd op eventuele problemen of teruggevallen op vooroordelen over wat hen (nu nog) niet (zelfstandig) lukt.

Maatwerk
De exacte invulling van deze uitgangspunten en randvoorwaarden hangt onder andere af van de lokale situatie en ‘couleur locale’. Hierbij valt te denken aan zaken als het aantal jongeren, de omvang van problemen, beschikbaar budget, deskundigheid en infrastructuur die voorhanden zijn. 
Niet elk beleid en elk project kan en hoeft zich te richten op alle basisbehoeften tegelijkertijd. Sommige doelgroepen of doelstellingen lenen zich er beter voor om één van de drie basisbehoeften als uitgangspunt te nemen. Jongeren in de jeugdzorg hebben misschien meer behoefte aan vervulling van hun basisbehoefte autonomie, omdat dit bij hen onder druk staat. Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn wellicht weer meer gebaat bij vervulling van hun behoefte aan competentie. Zo werkt dit ook met verschillende doelstellingen: als het doel is meer samenhang te creëren in een buurt of wijk, is het zinvol de aanpak te richten op verbinding, terwijl  het optimaliseren van jeugdhulp juist weer aansluit bij autonomie en competentie.

Een aantal voorbeelden
Ter illustratie, het NJR project Kinderrechten in de Jeugdzorg werkt aan autonomie, competentie en verbinding. Bij het aansluiten op de basisbehoeften van jongeren is het van belang om goed te onderzoeken hoe hier al op aangesloten wordt en welke basisbehoeften wellicht (tijdelijk) geblokkeerd zijn. Jongeren in de jeugdzorg zijn heel sterk beperkt in de basisbehoefte autonomie. Uit onze jarenlange ervaring uit de praktijk blijkt duidelijk dat jongeren voelen dat alles draait om wat ze niet mogen.  Om dit te doorbreken werken we aan autonomie, maar tegelijk ook aan competentie en verbinding, door middel van inspraakactiviteiten op individueel- en instellingsniveau. Tijdens een presentatie- en debattraining ontwikkelen de jongeren een aantal vaardigheden die nodig zijn om invloed uit te oefenen op hun eigen leefomgeving (competentie) en wisselen dit uit met leeftijdsgenoten en (beleids)medewerkers van de instelling (verbinding). Tijdens een Lagerhuisdebat na afloop van de training laten jongeren hun mening horen over thema’s die hen aangaan. In een veilige omgeving zetten de jongeren de geleerde vaardigheden in en ze ervaren dat ze daarmee echt sturing kunnen geven aan hun eigen situatie en leefomgeving (autonomie). Door het faciliteren van deze succeservaring bouwen ze meer zelfvertrouwen op en worden ze aangemoedigd om deze vaardigheden vaker in te zetten. 

Een ander voorbeeld is het project Shake Up. In dit project gaan VMBO-leerlingen en leerlingen van het speciaal onderwijs samen aan de slag om iets te betekenen voor een ander, bijvoorbeeld voor ouderen in een verzorgingstehuis of mensen die afhankelijk zijn van de voedselbank. Dit project draait juist om verbinding door verschillende groepen samen te brengen die anders misschien niet met elkaar in aanraking komen. Tegelijkertijd komt competentie ook sterk naar voren doordat jongeren weer nieuwe vaardigheden ontwikkelen en ontdekken waar ze goed in zijn.

Deze voorbeelden laten zien dat het werken vanuit dit drietal basisbehoeften altijd mogelijk is.

Conclusie
Het zowel in de beleidsvorming als uitvoering concentreren op de vervulling van basisbehoeften van jongeren maakt jeugdbeleid echt succesvol . Het draagt bij aan het welbevinden en geluk van jongeren en het voorkomt en vermindert problemen. En dat is immers alles waar jeugdbeleid om draait. Wat wil je als gemeente of professional nog meer?