Sinds november 2014 is er een discussie gaande over het onderwijs van de toekomst. Vanuit de hele samenleving werd er meegedacht over wat er beter kan in het onderwijs en hoe dit dan beter kan. Aan het Platform Onderwijs2032 de taak om al deze ideeën te bundelen tot een uiteindelijk advies aan het kabinet over wat er beter kan en moet in het onderwijs van de toekomst. Ook NJR vormde in samenwerking met veel kinderen en jongeren haar visie op het huidige, maar vooral het toekomstige onderwijs en presenteerde deze in de zomer van 2015 aan het Platform. Deze visie kan je terugvinden op NJR Professionals.
Op 1 oktober jongstleden presenteerde het Platform de hoofdlijnen voor het uiteindelijke advies. Hierin kwamen veel goede ideeën naar voren, maar er waren ook onderdelen waar NJR nog een op- of aanmerking bij had. Deze op- of aanmerkingen maakten we aan het Platform kenbaar in een reactie op de hoofdlijnen. Onze reactie kan je hieronder lezen.
 

Reactie NJR op hoofdlijnen Onderwijs2032
De hoofdlijnen van het Platform Onderwijs2032 stemmen NJR positief. Ook wij zien in de toekomst graag onderwijs waarin, naast de focus op basiskennis- en sociale vaardigheden, gefocust wordt op het ontdekken van sterke punten en interesses van de leerlingen. Om dit te realiseren zullen leerlingen meer ruimte en zelfstandigheid moeten krijgen om hun eigen leerproces te vormen. Door de focus op de sterke punten van de leerling en de ruimte te bieden voor verdieping en verbreding van interesses, zullen leerlingen werken vanuit intrinsieke motivatie. Ze verdiepen zich in een onderwerp, omdat daar hun interesse ligt en niet omdat het verplicht is. Hierbij is het van belang dat leerlingen onderwijs volgen op het juiste niveau. Alleen op die manier kan leergierigheid en creativiteit in de vorm van intrinsieke motivatie tot uiting komen en raken leerlingen niet gedemotiveerd, omdat ze onder of juist boven hun niveau leren. Zo wordt de leerling ook gestimuleerd om eigen initiatief te nemen en zich ondernemend op te stellen.  

De rol van de leraar
Leraren hebben in dit ontdekkingsproces een belangrijke rol te vervullen. Om deze flexibele manier van onderwijs mogelijk te maken, zullen leraren getraind moeten worden om verschillen tussen leerlingen te herkennen en hun onderwijs hierop aan te passen. Deze verschillen kunnen worden benut in de vorm van groepsprojecten, waarbij de leraar wel moet waarborgen dat de verschillen op een positieve manier worden geadresseerd en dat bepaalde leerlingen niet ondergesneeuwd raken. Door meer gebruik te maken van een projectvorm, waarbij ruimte is voor het vormen en uitwisselen van meningen, zal het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden direct geïntegreerd worden in het onderwijs. Leraren zullen dergelijke coachingsvaardigheden moeten leren en te allen tijde moeten blijven reflecteren en op de hoogte blijven van de behoeften van de leerlingen. Hierbij is het belangrijk dat het eenrichtingsverkeer van leraar, als informatieverstrekker, naar leerling verandert in een dialoog waarbij leerlingen en leraren samen invulling kunnen geven aan de inhoud van de lessen.

Leraren zullen er in het toekomstige onderwijs dus een aantal belangrijke taken bij krijgen, wat betekent dat de docent de ruimte moet krijgen om hier zijn eigen draai aan te geven. Als uitvoerder van het beleid, zal de leraar, net als de leerling, ook zeggenschap in het beleid van de school moeten krijgen. Om het beleid op de behoeften van zowel leraar als leerling te laten aansluiten, zal er democratisering van het onderwijs moeten plaatsvinden. Hierbij zal een objectieve partij betrokken moeten worden, om democratische inspraak van partijen te waarborgen.

Het curriculum
Wat betreft het samenstellen van een kerncurriculum erkent NJR dat een basisniveau van traditionele vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen van onmiskenbaar belang is om als jongere later goed te kunnen participeren in de maatschappij. Hiernaast zullen onderwerpen als ICT, mediawijsheid, de werking van overheidsinstanties en mensen- en kinderrechten en het belang van een duurzame wereld een prominentere plek in het onderwijs moeten krijgen. Naast dergelijke kennisvaardigheden benadrukt NJR het belang van ruimte voor persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs. Het ontwikkelen van zelfvertrouwen, zelfkennis, kennis over andere culturen/ andere groeperingen in de samenleving, wereldburgerschap, debat- en presentatievaardigheden, maar ook praktische gezondheid en de waarde van geld zijn vaardigheden die in de toekomstige samenleving belangrijker dan ooit lijken. Essentieel om hierbij op te merken, is dat de persoonlijke ontwikkeling van een kind niet slechts plaatsvindt binnen de muren van een schoolgebouw, maar dat ook gezinssituaties en andere omgevingsfactoren hier een voorname rol in spelen. Om echt in te zetten op persoonlijke ontwikkeling, is het van belang het totaalplaatje voor ogen te hebben per individuele leerling en deze verschillende invloeden goed met elkaar te laten communiceren.

Door moeilijke thema’s interdisciplinair in het onderwijs te laten terugkomen, zal het onderwijs midden in de samenleving komen te staan.  Veel leerlingen die wij hebben gesproken, geven aan de actualiteiten en de samenleving meer terug te willen zien in het onderwijs en hierdoor de praktische waarde van hetgeen dat zij leren, te herkennen. Om dit te kunnen realiseren, zullen de leraren ook moeten worden bijgeschoold om bekend te raken met deze meer maatschappelijke vorm van lesgeven. 

Toetsing en toelating
Om deze nieuwe vorm van onderwijs, waarin persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke toerusting een grotere rol gaan spelen, is het van belang dat de toetsing en het huidige rendementsdenken hier ook op worden aangepast. Rendement is in het onderwijs van de toekomst pas behaald als het gelukkige en betrokken jongeren creëert. De huidige toetsing is vaak gebaseerd op momentopnames waarbij meetbare kennis wordt getoetst. Het toetsen van persoonlijke ontwikkeling werkt niet op die manier. In plaats daarvan is het belangrijk om het proces dat de jongere doormaakt, te volgen. Uitwisseling met de maatschappij (het bedrijfsleven, sportorganisaties en andere instanties) kunnen bijdragen aan dit proces en een uitstekende vorm van toetsing zijn.

Om te voorkomen dat bepaalde leerlingen, naar aanleiding van het hernieuwde onderwijs, straks met een afwijkend profiel zitten en daardoor niet aansluiten op de eisen van vervolgopleidingen, zal het hernieuwde curriculum weinig per school moeten verschillen en zal er overeenstemming moeten worden gevonden met vervolgopleidingen over de eisen die zij zullen stellen aan de toekomstige schoolverlaters. Idealiter volgen leerlingen sterkere vakken op hogere niveaus en vakken waar zij meer moeite mee hebben, op een niveau lager. Er moet worden voorkomen dat leerlingen hierdoor problemen ondervinden met toelating op vervolgopleidingen. Persoonlijke interviews en motivatie van de leerling zouden het gebrek aan uniforme schooldiploma’s kunnen opvangen. Bovendien wordt het vervolgonderwijs hierdoor ook veel persoonsgerichter, waardoor individuele leerlingen de kans krijgen om, vanuit intrinsieke motivatie, te gaan voor wat ze ligt. 

Inmiddels ligt het uiteindelijke advies van het Platform Onderwijs2032 er. Onder leiding van Geri Bonhof start binnenkort de Ontwerpfase van Onderwijs2032 waarin het advies zal worden vertaald naar een concreet curriculum voor het toekomstige onderwijs.   

Geschreven door: Merel Keijzer
Bestuurslid belangenbehartiging NJR 2015-2016. 

Posted
AuthorNJR