We leven in een tijd van vele kruispunten. Aan ons om fundamentele keuzes te maken, of het nu gaat over duurzaam gebruik van energiebronnen of de manier waarop samenlevingen omgaan met mensen die hier komen wonen omdat ze elders niet veilig zijn vanwege oorlog of honger. En hoe spelen we in op de kansen en risico’s die digitale en andere technologische ontwikkelingen met zich meebrengen? Er komt veel op ons af, zowel op ons als individuen als op de samenleving als geheel. Niemand heeft alle antwoorden, wat onze opleiding ook is, waar we ook vandaan komen en hoe oud of jong we ook zijn.

De toekomst is nu
We knikken doorgaans instemmend op de veelgemaakte observatie dat ‘kinderen en jongeren de toekomst hebben’. Maar dit blijft een loze uitspraak als we het niet koppelen aan de verantwoordelijkheid van besluitvormers nú om vanuit het belang van die ‘toekomst’ te handelen, niet vanuit wat wij nu denken nodig te hebben.

De uitspraak gaat er ook aan voorbij dat jonge mensen meer zijn dan ‘de toekomst’. Ze zijn ook nu al gelijkwaardige burgers, zoals de beroemde Poolse pedagoog Janusz Korczak aan het begin van de 20e eeuw op bijzondere manier in de praktijk bracht met zijn weeshuis dat door (jonge) kinderen en volwassenen samen bestierd werd. Beslissingen over hun welzijn werden niet voor kinderen, maar structureel met hen genomen.

De samenwerking die de Missing Chapter Foundation faciliteert tussen besluitvormers in organisaties is vanuit diezelfde gelijkwaardigheid ontwikkeld. Meer dan 50 organisatie zijn tot nu toe de uitdaging aangegaan om een Raad van Kinderen in te stellen. En we werken met tientallen andere organisaties om inzichten van kinderen serieus te nemen. De onderwerpen zijn heel verschillend, maar ze hebben gemeen dat ze echt aan de slag gaan met de uitkomsten. Kinderen en jongeren serieus nemen mag nooit vrijblijvend zijn. We zien dat dit waardevol is voor alle betrokkenen. Nu is onze volgende uitdaging: zijn volwassenen toegerust om de perspectieven van jonge mensen structureel en als disruptive force een plek te geven in hun besluitvorming? Hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde Gert Biesta constateert dat ‘wat kinderen in de wereld brengen of toevoegen onze gewone gang van zaken zal verstoren. Alleen als we die verstoring als positief leren waarderen, behoeden we onszelf voor totalitarisme.’

Iedereen heeft een stukje van de puzzel
Beslissingen zijn pas echt toekomstbestendig en houdbaar als verschillende perspectieven worden meegenomen, ook die van jonge mensen. Is het dan niet logisch dat volwassenen en kinderen en jongeren structureel en niet-vrijblijvend met elkaar in gesprek gaan?

Volwassenen hebben kennis die ze in een historische context kunnen plaatsen, denken in structuren en systemen en overzien vaak processen van besluitvorming.  Kinderen en jongeren op hun beurt beleven de wereld anders, denken vrij en vanuit hun gevoel en hebben de openheid en verbeelding die nodig is om tot een frisse kijk op vraagstukken te komen. En kinderen willen – terecht - weten waarom iets gebeurt en wat we doen met hun ideeën. Waar wij vaak in probleemanalyse blijven steken, willen kinderen en jongeren actie. Ook daarmee zetten ze ons volwassenen op scherp.

We weten dat belangrijke keuzes om het hoofd én het hart vragen, om analyse én actie, om inzichten uit het verleden én onverwachte oplossingen. Maar wij volwassenen zijn geconditioneerd door de denkpatronen die ons als kind zijn opgelegd en die we hebben ontwikkeld in onze persoonlijke en professionele situaties. Het is nog maar de vraag of al deze denkpatronen en referentiekaders nog kloppen als het gaat om de uitdagingen waar we voor staan, nu en in de toekomst. De noodzaak voor de transitie van een lineaire naar een meer circulair ingerichte economie is daar een sprekend voorbeeld van.

Het gaat er dus om dat jongeren en ouderen elkaar serieus nemen. Het vergt aanpassing van beiden om de traditionele rolverdeling tussen volwassenen en jonge mensen te doorbreken. Zo vraagt verjonging van de bestuurstafels bijvoorbeeld meer dan een stoel vullen met een jong iemand. De ruimte geven aan de ander vraagt om zelfreflectie over eigen limieten en het vermogen om ons in de ander te verplaatsen. Dat is leiderschap, in de woorden van 10-jarige Saiffeddine: ‘Leiderschap is leren loslaten te denken dat je altijd de beste moet zijn.’

Dus zolang we niet anders naar onszelf leren kijken, zullen we nooit anders naar kinderen en jongeren kijken. Als we hen willen opleiden tot actieve, betrokken burgers, zullen we ze de ruimte moeten geven om burgerschap te ervaren, te beleven en ook zelf vorm te geven. Want zoals Professor Micha De Winter aangeeft, actieve betrokkenheid van jongeren bij de samenleving is cruciaal voor de ontwikkeling van ‘democratische habits’. Het aanpakken van problemen zonder daar jongeren bij te betrekken is volgens De Winter juist een ontmoediging van deze habits.

Shared Learning
Natuurlijk zijn kinderen en jongeren op sommige gebieden kwetsbaar en hebben ze bescherming nodig. Maar we onderschatten vaak hun unieke (denk)kracht. Ervaring leert dat wanneer ze de ruimte krijgen om conceptueel na te denken, ze dat ook heel goed kunnen, vaak tegen alle verwachtingen in. Want we onderschatten niet alleen hun individuele kracht; juist ook de interactie met hun peers leidt tot verrassende dynamiek en oplossingen.

In onze Shared Learning aanpak leren kinderen en volwassenen – leerkrachten en bestuurders - continu samen. Iedereen heeft steeds een wisselende rol en verbetert vaardigheden, kennis en zelfvertrouwen. Met Shared Learning kunnen betrokkenen als het ware én zelf dansen, én danstips geven én vanaf het balkon naar de dansvloer kijken. De enige randvoorwaarde is een lerende houding.  Ook hierover hebben kinderen handige tips: ‘om goed samen te werken moet je soms je eigen plan durven loslaten,’ of ‘om te innoveren moet je wel vragen durven stellen.’

Iedereen heeft een eigen rol, ontwikkeling en plek. Maar we lijken meer op elkaar dan we denken, wie we ook zijn, waar we ook vandaan komen en welke leeftijd we ook hebben.

 

Geschreven door: Laurentien van Oranje
Oprichter en directeur Missing Chapter Foundation.
De Missing Chapter Foundation (MCF) is in 2010 opgericht door Prinses Laurentien. Via innovatieve en strategische programma's brengt MCF de creatieve en morele denkkracht van kinderen en besluitvormers bijeen in een gelijkwaardige en niet‑vrijblijvende dialoog over actuele thema’s die spelen in organisaties en de maatschappij.