Foto: Christiaan Krouwels

                                                                                                                                            Foto: Christiaan Krouwels

Het SER-Jongerenplatform gaat een inhoudelijke bijdrage leveren aan sociaal overleg en politieke discussie. Op 27 oktober gaf SER-voorzitter Mariëtte Hamer het startsein voor het platform. Op welke thema’s gaan de jongeren inzetten? Een gesprek met Kimberley Swikker (NJR), Michiel Hietkamp (CNV Jongeren) en Hendrik Noten (AWVN Young HR).

Tekst: Felix de Fijter

Het SER-Jongerenplatform vertegenwoordigt een rijke variëteit aan jongerenorganisaties. De jongeren vinden alleen dat al een positief gegeven. ‘Het is best bijzonder dat zoveel partijen onder één paraplu met elkaar in gesprek gaan. Tot dusver is er een mooie balans tussen eensgezindheid en veelkleurigheid’, zegt Kimberley Swikker (NJR).

De NJR, een koepelorganisatie waarbij veertig jongerenorganisaties zijn aangesloten, heeft volgens haar sowieso veel oog voor diversiteit. ‘Toen Mariëtte Hamer ons benaderde, waren we snel enthousiast. We gaan niet alleen met elkaar van gedachten wisselen, maar krijgen werkelijk de kans om het geluid van jongeren te laten doorklinken in de adviezen die de SER uitbrengt.’

‘SER-thema’s zoals werk, pensioen en onderwijs, zijn natuurlijk ook thema’s die jongeren raken’, zegt Hendrik Noten, die bij AWVN het netwerk Young HR coördineert. ‘Daarom is het relevant om met elkaar in gesprek te gaan. Want als wij het over werk hebben, dan gaat het over onze toekomst. Hoe gaan we werken? Hoe geven we dat vorm? En wat is daar voor nodig vanuit werkgeversen vanuit werknemers oogpunt?’

Jongerenakkoord
De jongerendivisie van AWVN bracht in mei dit jaar, in een alliantie met onder meer CNV Jongeren en FNV Jong, een Jongerenakkoord tot stand, waarin ze zich uitspraken over de toekomst van de cao. ‘Het akkoord gaf aan dat wij in staat zijn op een constructieve manier het gesprek aan te gaan en ook tot oplossingen te komen. Misschien wel makkelijker dan onze moederorganisaties’, zegt Michiel Hietkamp, voorzitter van CNV Jongeren. ‘Het was juist in een tijd van polarisatie tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties dat wij wilden laten zien: wij kunnen er met elkaar uitkomen.’

Het signaal uit het Jongerenakkoord werd opgepikt en voor een belangrijk deel in wetgeving verankerd. En dat geeft misschien gelijk wel de legitimiteit van de SERJongerenplatform weer. ‘Je merkt op allerlei manieren dat er behoefte is aan het jongerengeluid’, zegt Kimberley. ‘De NJR krijgt vaak vragen van gemeenten over hoe jongeren meer betrokken kunnen worden bij debat en besluitvorming; en dat op een manier die verder gaat dan een incidentele jeugdraad. Er wordt gezien dat we wat hebben bij te dragen.’

Agenderen
Dat blijkt ook uit de ruimte die SER-voorzitter Mariëtte Hamer het SER-Jongerenplatform wil geven. Het platform kan de SER gevraagd maar ook ongevraagd van advies dienen. ‘Een goede zet’, vindt Michiel. ‘Het SER-Jongerenplatform is een heel mooi middel om te reageren op ideeën en beleid van de wat oudere generatie, maar als we ook zelf onderwerpen kunnen agenderen, kunnen we echt iets toevoegen vanuit onze generatie.’

Wij kunnen het geluid van jongeren laten
doorklinken in de adviezen van de SER
 

Thema’s waar jongeren voor warmlopen, zijn er genoeg, zeggen de drie. Onderwijs en de aansluiting van dat onderwijs op de arbeidsmarkt, maar ook jeugdwerkloosheid, pensioenen, de flexibilisering van arbeid en werkstress bijvoorbeeld.

In een eerste ontmoeting is over die werkstress al van gedachten gewisseld, geeft Michiel aan. ‘En dan merk je dat wij als jongeren ook echt inhoudelijk wat toevoegen. Er was bij een aantal kroonleden weinig bekend over werkstress onder jongeren; hoe je als starter moet omgaan met e-mails die tegen middernacht of in het weekend binnenkomen. Moet je antwoorden? En als je dat niet doet, ben je dan een slechte werknemer?’

Onderwijs
Het jongerenplatform heeft ook al gesproken over onderwijs. ‘Een van de favoriete thema’s bij NJR’, zegt Kimberley. ‘Wij zijn daar heel druk mee in de weer in het kader van Onderwijs 2032, een platform dat intensief nadenkt over de toekomst van het onderwijs. Wat moet een jongere kennen, weten en kunnen als hij in 2032 de school verlaat? Dan gaat het om kennis, maar ook steeds meer om vaardigheden, twenty-first century skills.’

‘In het verlengde daarvan’, valt Hendrik in, ‘is het nuttig om na te denken over de arbeidsmarkt van de toekomst. Die thematiek raakt niet alleen ons als jongeren, maar ook de mensen die nu al aan het werk zijn. De arbeidspopulatie komt voor grote uitdagingen te staan: hoe blijf je relevant als werknemer in een tijd van nieuwe technologie, robotisering en digitalisering? En hoe zorg je ervoor als werkgever dat je de vereiste skills weerspiegeld ziet in je werknemers?’

Het zijn dus niet slechts de ‘jongerenthema’s’ waarmee het SER-Jongerenplatform zich wil bemoeien. ‘Dat zou ook jammer zijn’, zegt Hendrik. ‘De thema’s die momenteel breed spelen, zoals medezeggenschap, pensioenen en onderwijs, kenmerken zich door een insider-outsiderdynamiek. Met andere woorden: keuzes van de mensen die nu aan de knoppen zitten, beïnvloeden de mensen die later gaan instromen. En die mensen, dat zijn wij.’

Spelletjes
Het is nog even de vraag hoe het SER-Jongerenplatform binnen het SER-apparaat gaat functioneren. ‘Wat mij betreft gaan we vooral veel dóén’, zegt Michiel, ‘en houden we ons niet bezig met spelletjes in achterkamertjes. Wij willen een inhoudelijke bijdrage leveren aan de politieke discussie over thema’s die in ons land spelen. In die zin ligt ons doel buiten de SER.’

‘Die actiegerichte mentaliteit was in de eerste bijeenkomsten al echt voelbaar’, zegt Hendrik. ‘We gingen in een brainstorm al direct met stiften en flipovers aan de slag. Dat geeft veel energie, ook al is niet alle input in één keer raak.’ Kimberley: ‘Ik vond het mooi om te zien dat we in al onze diversiteit tot nu toe met de neuzen dezelfde kant op staan.’

Die eenheid moeten de jongeren vasthouden, vinden de drie. Michiel ziet dat de verschillende geledingen elkaar inhoudelijk aanvullen. ‘In het gesprek over de aansluiting van onderwijs op arbeidsmarkt zag je dat de studentenvakbond benadrukte dat er ruimte moet zijn in de curricula om je als student te ook buiten de gevestigde kaders te ontwikkelen. De werkgeversorganisaties hamerden juist op de ontwikkeling van 21ste-eeuwse vaardigheden, zoals ondernemerschap. Dat is een mooie synergie.’

Polderen
Mariëtte Hamer gaf bij de lancering van het SER-Jongerenplatform aan dat het polderen bepaald niet uit de mode is onder de jongeren. Michiel, Kimberley en Hendrik herkennen zich daarin. Een van de redenen achter het jongerenakkoord van deze zomer, zeggen Michiel en Hendrik, was ook om aan de moederorganisaties het belang van overleg en gemeenschappelijkheid te laten zien. ‘Zíj stonden toen recht tegenover elkaar en wíj zeiden: Kom op! We leven in de 21ste eeuw. Er spelen enorm veel uitdagingen; we moeten door.’

Keuzes van mensen die nu aan de knoppen zitten,
beïnvloeden de mensen
die later gaan instromen; en die mensen, dat zijn wij
 

Tegelijkertijd, zegt Michiel, ligt de kracht van de polder erin om in kleine stapjes consensus te bereiken. ‘Sommigen vinden het té kleine stapjes, maar ze zijn wel nodig om de gezonde arbeidsmarkt te bereiken die we voor ogen hebben. En dat het er soms wat minder vlot en ontspannen aan toe gaat bij onze moederorganisaties, is geen verwijt. Wel zeggen we dat er ruimte moet zijn om nieuwe invalshoeken tegen het licht te houden die het debat kunnen bijsturen of openbreken.’

Bij de moederorganisaties zijn het vaak de jongerenafdelingen die nieuwe invalshoeken naar voren weten te brengen; zij fungeren als luis in de pels. Lukt het de Jongeren-SER ook om die rol naar zich toe te trekken binnen de SER?

De drie hopen van wel. Volgens Kimberley is dat in eerste instantie de taak van de jongeren zelf. ‘De bal ligt bij ons. Wij moeten gaan staan voor onze zaak. Op zo’n manier dat ze niet om ons heen kunnen.’ Michiel: ‘Elke dag is het een struggle om ons bestaansrecht als jongerenorganisaties aan te tonen. Als wij de gemeenschappelijkheid kunnen vinden en op thema’s die ertoe doen met één mond het geluid van de jongeren in de discussie kunnen brengen, dan kunnen we trots zijn.’

Het SER-Jongerenplatform
Het SER-Jongerenplatform dat eind oktober 2015 werd opgericht, bestaat uit tien jongerenorganisaties: FNV Jong, CNV Jongeren, VCP Young Professionals, Jong Management, AWVN Young HR, NJR, studentenvakbond LSVb en de Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs (JOB). Het Jongerenplatform is onlangs uitgebreid met het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Het jongerenplatform is op initiatief van Mariëtte Hamer opgericht. Het platform kan om inbreng worden gevraagd bij de voorbereiding van adviezen, maar kan ook zelf onderwerpen agenderen. Afhankelijk van het onderwerp in kan het platform worden uitgebreid. De samenstelling is dus geen statisch gegeven.

Dit interview is eerder verschenen in het SERmagazine december 2015 / januari 2016.
 

Posted
AuthorNJR