Foto: Dirk Hol

                                                                                                                                                Foto: Dirk Hol

Op 27 oktober 2015 is het jongerenplatform van de Sociaal-Economische Raad opgericht. Het SER-jongerenplatform bestaat uit een aantal jongerenorganisaties: FNV Jong, CNV Jongeren, VCP Young Professionals, Jong Management, AWVN Young HR, Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en NJR.  

De SER wil met dit platform een vaste vorm geven aan het betrekken van jongeren bij zijn werk. Het SER-jongerenplatform komt enkele keren per jaar bij elkaar om te spreken over de thema’s waar de SER mee bezig is en om na te gaan welke thema’s jongeren op de agenda van de SER willen zetten. Daarnaast worden de jongerenorganisaties geraadpleegd bij specifieke adviestrajecten die aansluiten bij hun expertise. Afhankelijk van onderwerpen waar de SER zich mee bezighoudt, wordt de samenstelling van het SER-Jongerenplatform aangevuld met jongeren(organisaties) met relevante kennis en ervaring.

Voor NJR Professionals vertelt Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER, waarom zij het bestaan van het jongerenplatform belangrijk vindt, welke kansen en uitdagingen ze ziet en deelt ze een aantal concrete tips voor het succesvol organiseren van inspraak.


Waarom is het SER jongerenplatform opgericht?
“Bij mijn installatie als voorzitter van de SER (in september 2014, red.) heb ik aangegeven dat ik het belangrijk vind om jongeren bij het werk van de SER te betrekken en ze hierin echt een eigen positie te geven. Vóór mijn voorzitterschap is hier ook al mee geëxperimenteerd. Bijvoorbeeld in het adviestraject Studiebegeleiding en loopbaanoriëntatie van een kleurrijke generatie. Ondanks deze goede voorbeelden, vind ik dat jongeren een structurelere plek in de polder nodig hebben en daarom kwam ik met het idee voor een jongerenplatform.
In 1983 heb ik me als medeoprichter, en eerste voorzitter ingezet voor de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Mijn band met de LSVb blijft bestaan. Ze hebben mij de eerste Hamer-award uitgereikt voor alles wat ik voor het onderwijs heb gedaan. Het raakt me hoe leuk ze het vinden dat ik nu voorzitter van de SER ben. Het laat zien dat als je op vroege leeftijd (bestuurlijk) actief bent, het je kan helpen in je verdere loopbaan. Ook daarom is het goed om jongeren binnen de SER een plek te bieden. Ze vinden het interessant om mee te denken en mee te doen en het is belangrijk om hun inzet serieus te nemen. Daarnaast zijn onze trajecten toekomstgericht. Veel van waar wij met elkaar over praten, gaat om de levens van jongeren, zij zijn tenslotte de werkenden van de toekomst. Zij hebben straks die banen waar wij nu over nadenken. Als je het over de arbeidsmarkt hebt, is het daarom goed om alle belanghebbenden erbij te betrekken. En dat onderwerp hebben we dus onlangs met de jongeren besproken. De eerste bijeenkomsten waren superleuk, de jongeren hebben zelf al onderwerpen geagendeerd die zij belangrijk vinden, zoals werkstress. Daar doen we dan meteen iets mee.”

Hoe gaan jullie om met het verschil in de deugdelijke en gestage werkwijze van de SER en de energie en snelheid van jongeren?
“Wat ik hoop is dat de dynamiek die jongeren inbrengen soms tot versnelling kan leiden en in ieder geval inzichten zal opleveren die nieuw en fris zijn. Wij zijn bijvoorbeeld bezig met een adviestraject over hoe je verschillende onderdelen van het leven als werk, leren en zorg met elkaar combineert. Daar praten we over met de commissie die dit advies uitbrengt, maar daar hebben we ook tijdens de eerste bijeenkomst van het jongerenplatform over gesproken. Het valt me op dat de dynamiek tijdens zo’n gesprek heel anders is. Jongeren zitten meteen bij hun eigen beleving en ervaring, terwijl de volwassenen het thema abstracter benaderen.

Realisme is belangrijk. Het jongerenplatform zal ontdekken dat niet al hun ideeën overgenomen worden in het uiteindelijke advies. Het is voor hen een leerproces om te kiezen op welke punten ze echt in gaan zetten. Waar zo’n afweging in de Raad al snel gaat over belangentegenstellingen, valt het me op dat er binnen het jongerenplatform een discussie ontstaat die meer gaat over het verschil in levensfase. Over sommige onderwerpen denken ze weer hetzelfde, bijvoorbeeld dat jongeren van nu niet meer opgroeien met het idee dat ze gemakkelijk werk zullen vinden. Die andere insteek kan de Raad helpen om over belangentegenstellingen heen te komen en het gesprek vanuit een andere invalshoek te gaan voeren. Jongeren hebben een verfrissende insteek. Ik hoop dat iets van die dynamiek door de hele organisatie gaat.”

Welke kansen ziet u voor het SER jongerenplatform?
“Voor het platform zie ik meerdere kansen. Ten eerste leveren jongeren een inhoudelijke meerwaarde doordat zij de gevolgen van nieuwe wetten in de praktijk ervaren. Zij kunnen hun visie, ervaringen en verwachtingen met ons delen. Een voorbeeld hiervan is de invoering van het leenstelsel voor studenten in een steeds meer dynamische samenleving. Studenten moeten nu juist zo snel mogelijk afstuderen, om zo min mogelijk te hoeven lenen. Past dat wel bij de behoefte van een leven lang leren? Ten tweede discussiëren jongeren op een andere manier en brengen ze levendigheid in. Jongeren staan los van conventies. Soms is het ook goed om niet helemaal te weten hoe de polder werkt. Dit is verfrissend. Het doorbreekt gewoontes waarvan je eigenlijk niet goed meer weet waarom je het als organisatie ook alweer zo doet. Ten derde hoop ik dat wij de jongeren ook iets te bieden hebben. Veel van de betrokken jongerenorganisaties organiseren congressen en andere bijeenkomsten, het lijkt me voor hen prettig dat er ook een plek is waar ze deze uitkomsten kwijt kunnen.”

Om de ervaringen van jongeren te kunnen ophalen, is het van belang dat er jongeren bij het jongerenplatform betrokken worden die vanuit ervaringsdeskundigheid iets kunnen vertellen. Hoe zorgt de SER ervoor dat dit type jongeren betrokken wordt?
“In eerste instantie richten we ons op jongerenorganisaties die zelf ook bezig zijn met de thema’s die binnen de SER spelen. We plukken dus niet zomaar jongeren van de straat. Ik kan me wel voorstellen dat we in de toekomst voor bepaalde onderwerpen andere jongeren proberen te betrekken via bedrijven of scholen. Jongerenorganisaties zoals NJR en de vakbeweging bereiken door hun activiteiten al veel jongeren vanuit heel Nederland en we nemen hun input mee. We willen met het jongerenplatform niet alleen hoogopgeleide, al bijna gearriveerde jongeren bereiken. Wat niet wil zeggen dat deze jongeren niet een belangrijke mening hebben, maar we zoeken bij de samenstelling van het platform naar een mooie mix in diversiteit op het gebied van opleidingsniveau en afkomst. En door het organiseren van bredere bijeenkomsten met bredere meningen, ontstaat er een completer plaatje. Het jongerenplatform bestaat daarnaast ook niet uit een vaste groep jongerenorganisaties. Er is een vaste kern, die uitgebreid kan worden met organisaties die passen bij het te bespreken onderwerp. Langzamerhand gaan we de vaste kern wel uitbreiden, afhankelijk van het onderwerp.”

Welke uitdagingen ziet u voor het SER jongerenplatform?
“De grootste uitdaging is dat we moeten zoeken naar manieren zodat we ook echt iets gaan doen met hun inbreng. Zodat het niet alleen maar leuk is dat je bij elkaar mag komen, maar dat het ook daadwerkelijk impact heeft. Ik hoop dat we over een jaar of twee kunnen zeggen: ‘dat is de inbreng van jongeren geweest op de uitgebrachte adviezen’.”

Zijn hier organisatorische veranderingen voor nodig?
“De raadsvergadering waarin de SER zijn adviezen vaststelt, is vrij statisch. Dat proberen we te veranderen. Bijvoorbeeld door een aantal jongeren zelf hun verhaal te laten vertellen over een thema wat op de agenda staat. Zo krijg je een hele andere vergadering. Ook de jonge mensen in de SER zijn aan het meedenken over hoe we met elkaar tijdens de raadsvergaderingen minder procesmatig kunnen werken, maar meer over de inhoud kunnen spreken. Hopelijk brengt dit een cultuurverandering in positieve zin met zich mee. In commissievergaderingen gaat het er al heel anders aan toe.

Hoe ziet het SER-jongerenplatform er over 5 jaar uit?
“Ik hoop dat het dan normaal is en dat er dan nieuwe jongeren in zitten. Dat is natuurlijk belangrijk voor de continuïteit. En het zou leuk zijn als het voor sommigen een leerervaring biedt. Het feit dat ik een bestuursjaar bij de LSVb heb gedaan, heeft me zo jong zoveel geleerd. Je leert vaardigheden waar je je hele leven profijt van hebt, zoals onderhandelen en netwerken. Door zo’n jaar kun je ontdekken wat je leuk vindt en wat je kunt.”

Hoe zorgt de SER ervoor dat jongeren kunnen ontdekken wat hen ligt en ze dit verder kunnen ontwikkelen binnen het SER-jongerenplatform?
”In het opzetten van het platform en de begeleiding van de bijeenkomsten zoeken we naar een setting die de grootste kans van slagen heeft. Zo zorgen we ervoor dat de groep niet zomaar bij elkaar komt zonder programma. We bedenken vooraf wat we gaan doen en op welke manier de jongeren het beste tot hun recht komen. Bijvoorbeeld door te kijken welke gespreksvormen we hiervoor kunnen gebruiken. Deze werkwijze hanteert de SER altijd, dat is één van de rollen van het secretariaat. De beleidsmedewerkers leggen niet alleen de inhoud op tafel, maar kiezen ook een gespreksvorm uit. De jongeren kunnen ook invloed hebben op de te kiezen vorm. Daarnaast heb ik de eerste keren de bijeenkomst voorgezeten, maar het lijkt me leuk om dit op een gegeven moment samen met een van de jongeren te gaan doen.

Naast de inbreng in het jongerenplatform, willen we de jongerenorganisaties ook de kans bieden om zelf met initiatieven te komen. Als ze een congres of expertmeeting willen organiseren, ondersteunen we ze hier graag bij. Dit biedt hen de kans om een bijeenkomst te organiseren in een context waarin het impact heeft. Deelname aan het SER-jongerenplatform gaat dus verder dan alleen het mogen meepraten. Wat ons betreft gaat het ook over meedenken en meedoen.

Zelf heb ik het geluk gehad om al vanaf jonge leeftijd bestuurservaring op te doen, wat mede maakt dat ik nu op deze plek zit. Vanuit emancipatie oogpunt is het belangrijk dat iedere vrouw die omhoogkomt, een jongere vrouw meeneemt om ook weer hoger of verder te kunnen komen. Dat geldt ook als je bestuurlijk actief bent geweest bij een jongerenorganisatie. Zelf weet ik heel goed wat ik ervan geleerd heb. Het is leuk om jongeren daarover te vertellen en ze een plek en kans te bieden om daar ook weer wat van mee te maken.”

Is er een link tussen het SER jongerenplatform en de Raad?
“Dat zou in de toekomst wel het geval moeten zijn. Zo is het een idee om, als het jongerenplatform wat verder is, een bijeenkomst te organiseren waarin we een speeddate tussen zittende Raadsleden en jongeren uit het jongerenplatform faciliteren. Zo kunnen alle betrokkenen elkaar echt leren kennen en gaat het jongerenplatform steeds meer leven. Het betrekken van het jongerenplatform moet steeds normaler worden. Zeker in deze eerste fase laten we de jongeren zoveel mogelijk meekijken bij alle adviestrajecten die momenteel bij de SER lopen.

Concrete tips voor het succesvol organiseren van inspraak?
“Het is volgens mij het belangrijkst om vooral te bedenken waarom je inspraak wilt organiseren, welke voordelen je ziet. En als je op basis van deze overweging inspraak gaat organiseren, doe het dan op zo’n wijze dat je het echt serieus neemt. Volgens mij is er niks frustrerender dan het deelnemen aan inspraakmomenten, of het nu over jongeren of andere groepen gaat, en je mag een keertje je verhaal doen en daarna hoor je er niks meer van. Denk als organiserende partij dus goed na over wat je doel van de inspraak is, wat je met de uitkomsten gaat doen en hoe je dit terugkoppelt naar de deelnemers. En doe aan verwachtingsmanagement. Als mensen weten dat ze voor een leuke middag komen waar ze hun verhaal kunnen delen, en dat deze input niet terug te lezen zal zijn in een advies, dan is het voor alle partijen duidelijk. Dit verwachtingsmanagement geldt ook voor een samenwerking als het SER-jongerenplatform. Communiceer over wat je met de samenwerking beoogt en wat je van de ander vraagt. Tevens is het belangrijk om jongeren zoveel mogelijk zelf te laten doen, neem ze serieus. Men denkt vaak dat de wijsheid bij volwassenen zit, maar er zit heel veel wijsheid bij kinderen en jongeren. Benut dat.”

Meer weten?
Kijk op de website van het jongerenplatform voor meer informatie.
En volg het werk van de SER en Mariëtte Hamer via Twitter.

Foto: Christiaan Krouwels

Foto: Christiaan Krouwels

Geïnterviewd: Mariëtte Hamer.
Mariëtte Hamer is sinds september 2014 voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER adviseert kabinet en parlement over belangrijke onderwerpen in het sociaal-economisch beleid. Denk daarbij aan de toekomst van de arbeidsmarkt en het onderwijs.



Posted
AuthorNJR