Elke 5 jaar rapporteert de Nederlandse overheid aan het VN-comité inzake de Rechten van het Kind hoe het staat met de rechten van kinderen en jongeren in Nederland. Parallel daaraan rapporteren NGO’s (non-gouvernementele organisaties, red.) over de status van kinderrechten in Nederland. NJR en het kinderrechtencollectief vinden dat ook de stem van kinderen en jongeren gehoord moet worden als het gaat over hun rechten. Dit doen we door middel van het uitbrengen van een jongerenrapportage over kinderrechten in Nederland én een speciale jongerendelegatie die op 23 en 24 september 2014 en in mei 2015 in Genève heeft gesproken met het VN-comité voor de Rechten van het Kind.

Andre Damian (20 jaar) is een van de jongeren die onderdeel is geweest van deze jongerendelegatie. NJR heeft Andre gevraagd vanwege zijn niet aflatende drive om zich onder andere in te zetten tegen kindermishandeling. Respectvol, maar met een duidelijke visie deelt Andre zijn mening over thema’s als kindermishandeling en de rechten van LHBT-jongeren (Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel en Transgender). Zijn verhaal is niet alleen relevant voor de mensen bij de VN, maar zeer zeker ook voor alle professionals en beleidsmakers in Nederland.

Voor NJR Professionals blikt Andre terug op zijn bezoek aan Genève en deelt hij een aantal concrete tips voor iedereen die met jongeren werkt.

Wat is jouw drijfveer geweest om mee te gaan naar Genève?
“Ik ben jong en wil een verschil maken voor andere kinderen en jongeren die met kindermishandeling te maken (kunnen) hebben. De wetenschap dat dit kan via de VN in Genève gaf me heel veel energie en kracht om daarvoor te gaan. Omdat ik persoonlijk te maken heb gehad met kindermishandeling, heb ik een heel persoonlijke reden om me tegen kindermishandeling in te zetten. Daarnaast geloof ik ook heel erg in youth empowerment en de kracht en potentie van jongeren. Ook stond ik er heel erg achter dat wij de eerste groep van jongeren zouden zijn die namens jongeren hun stem mochten laten horen in Genève. Dat vond ik heel erg verfrissend.

En het is mijn droom geweest om bij de Verenigde Naties een soort van invloed uit te kunnen oefenen. Want ik zie hen als de grote politieke macht, die echt wereldwijd het verschil zou kunnen maken voor kinderen en jongeren.

Ik ben heel blij dat ik de kans heb gekregen om daar te zijn, en tegelijkertijd realiseer ik me ook weer wat ik me eerder heb beseft: hoeveel invloed je ook kunt uitoefenen op de politiek, het blijft de politiek en is soms dus sloom en log. Er zijn gewoon heel veel processen en mensen waarop je moet wachten om echt een verschil te kunnen maken. Nu wil ik helemaal niet de politiek afkraken, want zo werkt het nu eenmaal als je zulke grote beslissingen voor zoveel mensen moet maken. Maar zelf wil ik direct aan de slag gaan met mijn acties en meteen resultaat daarvan zien. Daarom ben ik ook betrokken geweest bij de Jongerentaskforce Kindermishandeling en zet ik me nu als ondernemer voor jongeren in. Mijn passie voor de politiek en voor Genève blijft, en tegelijkertijd weet ik nu ook dat er andere middelen zijn om die passie te realiseren.”

Hoe kijk je terug op je ervaringen in Genève?
“In september 2014 en in mei 2015 ben ik in Genève geweest. Eerst voor de pre-session, dit is een sessie met alle NGO’s van Nederland. Daarna voor de officiële zitting (69th session van het Committee on the Rights of Child, red.). De septembersessie was fijn, want daar konden we echt ons verhaal delen. Tijdens de algemene sessie konden we meepraten over bepaalde vragen en er was een aparte jongerensessie waar we een speech konden houden. Daar heb ik mijn zegje gedaan over jongerenparticipatie, de aanpak van kindermishandeling en de combinatie daarvan.

Tijdens de bijeenkomst in mei 2015 hadden we geen spreekrecht, maar het mooie en leuke daarvan is dat we daar tussendoor op allerlei creatieve manieren ons woord hebben gedaan. Zo heb ik bijvoorbeeld in de pauze met een vrouw gesproken die zich bezighoud met LHBT-rechten (Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel en Transgender – red.). Hier wilde ik het ook heel graag over hebben omdat ik zelf homo ben. Er waren dus genoeg kansen om zoiets te bespreken. Ook kreeg ik een kwartier voordat de lunch begon te horen dat ik als enige jongere aan mocht schuiven bij de lunch van de hoofdleden van het comité. Toen heb ik ook alles gezegd wat ik wilde zeggen namens de hele jongerendelegatie. Ze stonden echt open voor wat we te vertellen hadden, maar aan de andere kant merkte ik ook wel dat ze zich een beetje leken af te vragen wat ze er mee zouden kunnen doen.”

Wat vond je goed gaan?
“Ja, veel dingen natuurlijk. Onze coalitie van NGO’s probeerde ons heel erg mee te nemen in het proces. Ze schoven ons echt naar voren zodat wij onze mening konden delen. En ik denk dat die samenwerking heel belangrijk is. Ik ben echt heel blij dat ik daar mocht zijn en dat jongerenparticipatie een kans heeft gekregen binnen de VN. Nu nog de essentiële puntjes op de i zetten van een goede follow-up en ons serieus nemen. Wij hebben als jongeren een unieke rol in het hele plaatje, en daar moeten we ook vooral onze kracht uithalen.”

Wat kan er volgens jou beter?
“Een open gesprek zou volgens mij voor alle partijen prettig zijn. Waarop een medewerker van een NGO of ministerie kan zeggen ‘ik wil wel heel graag naar je luisteren en ik erken en waardeer je mening, maar dit zijn een aantal praktische politieke punten en spanningsvelden waar ik mee zit, waardoor ik het niet verder kan brengen’. Ik denk dat dat een heel open gesprek zou zijn, waarbij jongeren de frustratie kunnen uiten dat ze niet (voldoende) worden gehoord, en waar politici de frustratie kunnen uiten dat ze met praktische dingen zitten waardoor ze niet verder kunnen. Ik denk dat het delen van die mening en belevingswereld, al helpt met elkaar begrijpen. En dat we juist daardoor verder en vooruit kunnen komen. Want zo combineer je twee hele krachtige dingen: politici die weten hoe de politiek in elkaar zit, en de ervaring die wij jongeren hebben in het leven van onszelf. Nu worden we voor mijn gevoel nog lang niet altijd als gelijkwaardige gesprekspartner gezien. Ik denk dat de intentie er wel is, alleen in de praktijk komt het er gewoon op neer dat ze niet alle input die we geven meenemen. En ik weet niet waarom dat is, want ik geloof best dat zowel politici als NGO-werkers de intentie en authenticiteit hebben om echt wat voor jongeren te betekenen, maar misschien hebben zij gewoon een andere stijl van communiceren. Het zou prettig zijn als ze aan zouden geven wat ze gaan proberen en waarom iets niet lukt. Daarnaast duren processen lang. Alhoewel ik natuurlijk begrijp dat jongerenparticipatie maar een element is in wat ze doen, kan het best wel wat sneller. En communiceer in ieder geval wanneer we dan wel iets kunnen verwachten. Het vragen naar onze mening geeft een verantwoordelijkheid om ook iets met onze mening te doen.”

Op wat voor andere manieren wil je je passie realiseren?
“Ik ben een eigen onderneming gestart, genaamd Leaders of Today. Ik heb gezien dat jongeren de energie, passie en vooral drive hebben om een verschil te maken in de maatschappij. Voor mij zijn dit thema’s als mensen- of kinderrechten. Voor andere jongeren kan dat het milieu, voedselzekerheid of armoedebestrijding zijn. Bij NJR heb ik dat heel veel gezien; echt gedreven en capabele jongeren. Maar ook bij de Jongerentaskforce Kindermishandeling en op de internationale conferenties waar ik ben geweest. Dat inspireerde mij heel erg om een wereldwijde beweging te creëren. We zijn nu een online platform aan het maken waar jongeren projecten, die een bijdrage leveren aan de maatschappij, kunnen starten of hierbij kunnen aanhaken. In tegenstelling tot de politiek, waar processen langer duren, kunnen organisaties als NJR en Leaders of Today sneller resultaten  genereren.”

Tips voor beleidsmakers en professionals

  • Ga open het gesprek in en communiceer vanuit welke belevingswereld je aan dit gesprek deelneemt.
  • Het helpt om als je met jongeren aan het praten bent, ze specifieke vragen te stellen. Wat ik zelf merk is dat ik in een heel open, abstract gesprek niet weet waar ik moet beginnen. Stel, een gemeente wil met jongeren praten, dan moeten ze niet vragen, ‘hé, wat vind je dat er beter kan in de buurt?’, want dan kun je echt twintig dingen opnoemen. Het zou helpen als ze vragen stellen als: ‘wat vind je van je leraren op school?’ of ‘vind je dat er genoeg dingen in de buurt zijn om te doen?’.
  • Daarnaast is het belangrijk om met een soort follow-up te komen, waarin verteld wordt welke stappen wanneer gezet gaan worden en wanneer je er meer van zult horen. Ik hoor eigenlijk nooit of iets daadwerkelijk gerealiseerd wordt.

Geïnterviewd: Andre Damian
Onderdeel van de jongerendelegatie die in Genève met het VN-comité voor de Rechten van het Kind gesproken heeft. Zet zich in tegen kindermishandeling en voor de rechten van LHBT jongeren (Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel en Transgender) in Nederland. Daarnaast is Andre student en oprichter van Leaders of Today, een organisatie die jongeren helpt om maatschappelijke projecten te starten

Posted
AuthorNJR