Geschreven door: Kirsten Commijs

NJR Jong in Europa
In de werkgroep NJR Jong in Europa zaten afgelopen jaar twaalf enthousiaste jongeren met verschillende (studie)achtergronden die allemaal erg geïnteresseerd zijn in Europa en het leuk vinden om écht iets met dat thema te doen. De werkgroepleden werken op vrijwillige basis zo’n 8 uur per week aan hun taken binnen de werkgroep. Het ene deel van die tijd bestaat uit het geven van gastlessen, het andere uit de taken die ze hebben binnen hun subgroepjes.  De werkgroep werkt nauw samen met de jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken: samen willen ze de schakel vormen tussen de Nederlandse jongeren en de Europese beleidsmakers. Max van der Breggen en Coco Peet zijn de huidige jongerenvertegenwoordigers en brengen de mening van de Nederlandse jongeren naar Europa, bijvoorbeeld naar EU Youth Conferences en vergaderingen van het EU Youth Forum.

“Toen ik dit jaar ben begonnen als jongerenvertegenwoordiger heb ik samen met Lisette Gotink en Iris van Wilgen, de coördinatoren van de werkgroep, een nieuwe werkgroep voor dit jaar mogen samenstellen. We hadden bedacht dat de werkgroep in het nieuwe jaar moet bestaan uit drie subgroepjes: Lobby, Event en PR/Communicatie. Op die manier konden we echt werven op kwaliteiten en keken wie het beste in welk groepje zou passen. Het echt bijzonder om te zien dat alle leden het afgelopen jaar zo goed tot hun recht zijn gekomen”, vertelt jongerenvertegenwoordiger Europese Zaken Coco Peet.

Behalve de gastlessen nemen de leden van de werkgroep soms ook andere taken (deels) van de jongerenvertegenwoordigers over. “Natuurlijk kun je veel zelf doen, maar het is heel erg leuk om andere mensen mee te nemen in je werkzaamheden. Hoe meer extra mensen je trekt, hoe groter en creatiever het eindresultaat kan worden”, gaat ze verder. De dagen van de jongeren-vertegenwoordigers zijn vol en best zwaar, maar Coco zegt dat ze veel energie krijgt van de vergaderingen met de werkgroep. “Als je tijdens een werkgroep overleg met twaalf mensen praat die er ook vol voor willen gaan, dan krijg je daar veel energie van en heb je er echt weer zin in!”

Jonge%20voorzitterstour.jpg

Gastlessen
Eén van de belangrijkste taken van de jongerenvertegenwoordigers is het spreken van de Nederlandse jongeren: dat gebeurt vaak tijdens de gastlessen die de jongerenvertegenwoordigers op Nederlandse middelbare scholen en mbo’s geven. Omdat de jongerenvertegenwoordigers regelmatig in het buitenland zitten om de mening van de Nederlandse jongeren aan de Europese beleidsmakers door te geven, gaat de werkgroep op pad om op scholen te komen praten over Europa. “De gastles bestaat uit een informatief gedeelte over de Europese Unie en daarna gaan de leerlingen zelf aan de slag met het schrijven van aanbevelingen aan eurocommissaris en vicevoorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans” zegt werkgroep lid Laura Bakker.

Soe%20populisme.jpg

Die gastlessen vallen, zeker in het begin, nog niet mee. Voor bijna alle werkgroepleden was voor de klas staan aan het begin van dit academisch jaar nog iets nieuws. Maar van trainingen, tips van de jongerenvertegenwoordigers en vaak ook feedback van de docenten in de klassen waar ze te gast zijn, is veel te leren. “Daarnaast zijn de gastlessen interactief en wat informeler dan een ‘gewone’ les. Het is ontzettend leuk om gastlessen te geven en jongeren kennis te laten maken met Europa. En nog belangrijker: met ze te discussiëren over Europese thema’s waarbij ze gedwongen worden hun eigen mening te vormen” legt werkgroeplid Cirsten van der Zijl uit.

Verschillende taken
Laura zat in het deel van de werkgroep dat verantwoordelijk is voor PR en communicatie. “We focusten ons dit jaar op meer zichtbaarheid op social media, vooral op Facebook. Op maandag en donderdag posten we berichten waarin we bijvoorbeeld de werkgroep voorstellen, interessante artikelen delen, of plaatsen we zelfgemaakte video’s over onze activiteiten.”

Cirsten maakte deel uit van het lobbyteam binnen de werkgroep. Samen met haar team heeft ze afgelopen maanden gelobbyd bij uitgeverijen voor meer aandacht voor Europa in de lesboeken voor het vak maatschappijleer. “Als lobbygroep hebben we moeten constateren dat het thema erg weinig terugkomt in de lesmethoden, waardoor jongeren ook geen kennis opdoen over Europa. Daarom heb ik uitgeverijen benaderd en hebben we het over het belang van dit thema gehad. We hebben gevraagd of we hun lesboeken mochten inzien en of we daar feedback op mochten geven. Inmiddels hebben we als lobbygroep het eerste boek van commentaar voorzien en hebben voorbeeldvragen bedacht voor in de vernieuwde methode. Ik voel me, en met mij ook de andere leden van het lobbyteam, ontzettend vereerd dat de uitgeverijen open staan voor onze ideeën.”

Soe van Dijk is met haar subgroep Event druk in de weer geweest voor Yo!Fest, een grootschalig festival voor Europese jongeren. Dat festival vond dit jaar op 7 februari in Maastricht plaats, precies 25 jaar na de ondertekening van het Verdrag van Maastricht. “Tijdens het partner meeting weekend in Maastricht in oktober leerden Coco en ik de vertegenwoordigers kennen van de vele partners van Yo!Fest, die allemaal één of meer activiteiten zullen leiden op het festival. Samen met de United Nations Student Association en de start-up Cube kwamen we op het idee om een kennisparcours te organiseren, met verschillende activiteiten rond het thema ‘citizen participation’ in de EU.” En dus heeft Soe samen met haar subgroepje daarna een parcours bedacht vol met korte en grappige quiz-activiteiten over de EU.

Laatste foto.png

Voor en door jongeren
Anne van der Vliet was afgelopen jaar het jongste lid van de werkgroep en zette zich vorig jaar ook al in voor NJR Jong in Europa. “Vorig jaar zat ik in het lobbygroepje en hebben we geprobeerd het belang van Europa in de klas voor jongeren te laten zien. Dit jaar was ik medeverantwoordelijk voor de social mediaen de online aandacht waarmee we ons bereik willen vergroten.”

Anne zegt dat ze in de werkgroep geleerd heeft samen te werken en gezamenlijke kennis te gebruiken om een doel te bereiken. “Ik vind het ontzettend inspirerend om samen te mogen werken met zoveel jonge, ondernemende, ambitieuze mensen. Doordat de leden van de werkgroep allemaal tussen de 17 en de 25 zijn, zijn de meetings ook altijd erg energiek. Los daarvan is het natuurlijk ook gewoon erg gezellig!”

 

logo.png

Meer weten?
Kijk op Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken, Jong in Europa of: neem contact op met werkgroep coördinator Lisette Gotink via eucoordinator@njr.nl

Posted
AuthorNJR

Een praktijkgericht onderzoek naar het activeren van latente jongeren

19944598_1366429880071430_8919860003295475354_o.jpg

Aanleiding
Na 3 jaar gewerkt te hebben bij NJR heb ik veel hoogopgeleide jongeren gezien die zich in allerlei verbanden organiseerden en als jonge idealisten streden, lobbyden en inspraak organiseerden bij beleidsmakers. Zo gingen zij voor een mooiere wereld, beter onderwijs of een andere belangrijke zaak. Toch bekroop mij het gevoel dat er een groep jongeren bestaat die stelselmatig buiten de boot valt. Dit blijkt te kloppen. Dijk en Noorda (2013) herkennen een groep die zij 'latente jongeren’ noemen. Dit zijn jongeren met een laag opleidingsniveau in achterstandswijken die niet participeren. Noorda en van Dijk kwamen er in 2015 achter dat deze latente jongeren oververtegenwoordigd zijn in statistieken voor jongeren die het moeilijk hebben. Dit werd weer bevestigd door Bernasco (2011). Hij schreef dat het wonen in achterstandswijken extra risico’s meebrengt voor de daar opgroeiende jeugd. En ten slotte beschrijft van den Bulk (2012) dat VMBO’ers weten dat zij onderaan de ladder staan en nauwelijks iets kunnen opnoemen waar ze goed in zijn. Om samen te vatten, er blijkt een aanwijsbare groep jongeren te zijn die het zwaar heeft, die niet participeert en die consequent minder kansen heeft in het leven. Maar er is ook een andere kant. Mijn ervaring bij NJR is namelijk dat jongeren, ook laagopgeleid, boven zichzelf kunnen uitstijgen door op enige wijze te participeren in deze maatschappij. Dit inspireerde mij om te onderzoeken hoe deze ‘latente’ groep tot jeugdparticipatie te verleiden is.

Opzet
In het onderzoek zijn 11 latente jongeren bevraagd, is er literatuuronderzoek gedaan naar de kenmerken van succesvolle jongerenprogramma’s en er is door middel van het COM-B model (European Health Psychologist, 2014) in kaart gebracht hoe gedragsverandering bevorderd kan worden. Dit COM-B model was leidend en stelt dat: capaciteiten, motivatie en gelegenheid moeten worden beïnvloed.

Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies:

Capaciteiten
De capaciteiten van latente jongeren vergroten gaat niet zomaar. In maatschappelijke projecten worden jongeren idealiter eerst aangesproken op hun unieke kwaliteiten en competenties. Hierboven schreef ik al dat latente jongeren deze onvoldoende kennen. Dit is cruciaal omdat latente jongeren dit eerste zetje harder nodig hebben dan hoogopgeleide jongeren die al vol zijn van zelfvertrouwen. De latente doelgroep moet ervan doordrongen zijn dat zij ertoe doen en dat zij impact kunnen hebben, om zodoende het geloof in eigen kunnen te laten toenemen. Deze ontdekking van persoonlijke capaciteiten leidt tot meer motivatie om te participeren. Zeker als deze activiteiten begeleid worden door andere jongeren. Deze begeleiders leveren het bewijs van wat er binnen de capaciteiten ligt voor de individuele jongere.

Als de jongeren het gevoel hebben dat ze de capaciteiten hebben om ergens aan te kunnen bijdragen is het zaak om deze gevoelens zo snel mogelijk te verzilveren. Dit kan gedaan worden door het hebben van een betekenisvolle ervaring op basis van die capaciteiten. Een betekenisvolle ervaring was voor meerdere respondenten van doorslaggevend belang op hun participatiegedrag. Een betekenisvolle ervaring kan van alles zijn, van een keer spreken bij de gemeenteraad tot koekjes bakken voor ouderen of een zeer succesvolle stage. Maar ertoe doen levert waardering en vaardigheden op en bevestigt dat jongeren meer kunnen dan dat zij denken.

Motivatie
Deze waardering en nieuw opgedane vaardigheden sterken jongeren in hun motivatie. Immers: wanneer je iets goed kunt, daar resultaat mee hebt, anderen ermee raakt en daar ook nog waardering voor ontvangt dan neemt de motivatie toe, althans zo stellen Ryan en Deci (2000). Idealiter hebben de deelnemende jongeren zoveel motivatie dat zij in volgende edities als begeleiders willen optreden voor de nieuwe jongeren. Dit is wenselijk omdat uit de interviews en literatuur kan worden opgemaakt dat jongeren van grote invloed zijn op de motivatie van andere jongeren bij het beïnvloeden van gedrag.  Tijdgebrek blijkt een van de redenen die jongeren opgeven wanneer zij gevraagd worden waarom zij geen maatschappelijke activiteiten hebben. Dit lijkt geen valide excuus. Uit de interviews is namelijk ook gebleken dat jongeren veel tijd besteden aan zaken waar ze eigenlijk liever niet mee bezig willen zijn zoals rondhangen op het internet. Aangenomen kan worden dat het alternatief (participatie) zo aantrekkelijk moet zijn dat jongeren er tijd voor vrij willen maken boven andere zaken.

Gelegenheid
Jongeren kennen geen voorzieningen in hun buurt waar ze kunnen aankloppen om te participeren. Idealiter worden hiertoe projecten aangeboden. De projecten dienen verder veel ruimte te bieden voor persoonlijke ontwikkeling en eigen initiatief, probeer dus niet vooraf doelen vast te leggen. Hierbij moet de begeleiding in balans zijn. Dus: geen onnodige betutteling, maar jongeren ook niet aan hun lot over laten in een te complex programma. Schijnparticipatie dient in alle gevallen te worden vermeden. Verder kan het raadzaam zijn deze voorzieningen te plaatsen in een grotere gemeente. Uit het onderzoek is gebleken dat de leefwereld van veel jongeren zich niet in hun woonplaats bevindt maar in een grotere gemeente in de nabijheid. In deze grotere plaats vinden de jongeren namelijk ook hun werk en school. NJR biedt met haar pamflet al enkele vuistregels hoe goed jeugdbeleid te ontwerpen.

Meer weten? 
Klik voor meer informatie en bronvermelding hier voor het volledige onderzoeksrapport.

Geschreven door: Peter van Doorn
Oud NJR bestuurder en Toegepast Psycholoog
 

 

 

Posted
AuthorNJR

Een verdieping in de peer to peer benadering, leren van gelijken.

037 Marc Kruse Fotografie  HVA Carrieredag 2017.jpg

"Laat jongeren zoveel mogelijk elkaar overtuigen en ondersteunen". Zo luidt één van de door NJR geformuleerde succesfactoren in het werken met jongeren. NJR zet al vanaf dag 1 jongeren in om andere jongeren te inspireren en activeren, én met succes. Honderden jongeren hebben hun ervaringen en Sterke Punten ingezet om daarmee iets te betekenen voor hun peers. De wetenschap laat ook zien dat niet volwassenen, maar jongeren zelf elkaars grootste beïnvloeders zijn (Oenen & Westering, 2010). Leerlingen die met moeite iets aannamen van een leraar, bleken veel beter te presteren onder begeleiding van hun peers (Wagner, 1982) en druktemakers die verantwoordelijke taken werden toegewezen stopten met onrust stoken (Goodlad, 1979). Hoogleraar Onderwijskunde Herbert Thelen (1969) illustreerde de succesvolle werking van de peer to peer methodiek in de volgende quote: ‘I can’t think of no other innovation which has been so consistently perceived as successful’.

‘Peer’ wordt door Van Dale gedefinieerd als ‘gelijke’. We zetten bij NJR dan ook altijd in op mensen die zo dicht mogelijk bij de doelgroep staan. Zij weten immers het beste wat er speelt onder hun leeftijdsgenoten, kunnen zich gemakkelijker verplaatsen in hun situatie ten opzichte van oudere professionals en kunnen op een gelijkwaardige manier gevoelige thema’s aansnijden. Dat komt doordat leeftijdsgenoten en vrienden vanaf het begin van de puberteit belangrijker zijn dan ouders, docenten en professionals. Jongeren spiegelen zich het liefst aan mensen met een vergelijkbare ervaringswereld (Diversion, 2011).

Een belangrijke voorwaarde voor succes is het bieden van (verschillende) vormen van ondersteuning. Het vervullen van de psychologische basisbehoeften  (competentie, autonomie en verbondenheid) nemen we hierbij als uitgangspunt. De impact die we hiermee beogen is tweeledig; 1) onze peer educators doen (werk)ervaring op, zijn maatschappelijk betrokken en werken aan hun eigen vaardigheden en Sterke Punten. En 2) daarnaast geven ze als rolmodel een positieve boodschap, kennis en vaardigheden door aan hun leeftijdsgenoten.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de NJR-trainers, die bijna in alle NJR-projecten worden ingezet; dit zijn bevlogen jonge mensen die affiniteit hebben met het trainersvak. Zij worden ondersteund en begeleid door medewerkers van NJR. Middels scholing en intervisie wordt ingezet op de thema’s die hen liggen (competentie). Daarnaast voorzien zij elkaar van feedback en delen ze interessante modellen en methodieken tijdens werksessies. Dit resulteert in een kweekvijver voor jong trainer talent. Een broedplaats voor jongeren met dezelfde ambitie en de behoefte om zich aan elkaar op te trekken (verbondenheid). Zij ervaren zoveel eigenaarschap als mogelijk, door zelf keuzes te maken binnen de afgebakende trainingstrajecten (autonomie). Op vrijwillige basis geven zij trainingen aan jongeren op het gebied van persoonlijke ontwikkeling (wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik?) en allerlei (praktische) vaardigheden, zoals presenteren, netwerken en creatief denken.

Een ander voorbeeld waarbij het succes van peer educators is gebleken is het project Young Leaderz; een project waarbij jongeren op een belangrijk kruispunt in hun leven door NJR trainers worden getraind om een positief en vertrouwd rolmodel te zijn voor leeftijdsgenoten uit de wijk. Zij kennen de setting en omstandigheden waar hun leeftijdsgenoten in de wijk opgroeien. Young Leaderz is tussen 2012 en 2014 onderzocht door Noorda & Co en VU Uitgeverij heeft hiervan een boek uitgebracht.

Organisaties als Diversion gebruiken al jaren deze methode en steeds meer organisaties blijven niet achter. Ze zetten jongeren in om andere jongeren te inspireren en beïnvloeden, zo ook 2GetThere.

Kijk voor meer peer-to-peer voorbeelden ook eens bij de volgende projecten: Buddyproject Bijdehand , Ik Ben Geweldig, Jongerenvertegenwoordigers, Nationaal Jeugddebat, Shake it Off en ROC Werkt. Meer weten over peer-to-peer aanpakken? Informeer bij Denise Puijk via denisepuijk@njr.nl

Bronnen:

  • Goodlad, J. I. (1979). What schools are for.

  • Diversion (2011). Peer Education 2.0. Voor de klas op sneakers. Den Haag: SDU Publishing.

  • Oenen, S. van & Westering, Y.C. van (2010). Een solide basis voor positief jeugdbeleid.           Visiedocument. 1.0. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
  • Wagner, L. (1982). Peer teaching: Historical perspectives (Vol. 5). Praeger Pub Text.

Posted
AuthorNJR

hoe jongeren hun eigen problemen oplossen

‘Om iemand goed te kunnen helpen moet je weten hoe iemand graag geholpen wil worden’. Hoewel dit logisch klinkt, is veel jeugdhulp gebaseerd op hoe wíj denken dat het moet. Maar niet bij 2GetThere, daar bepaalt de jongere zelf waar, hoe en van wie hij hulp krijgt.

2GetThere (2GT) bestaat al zeven jaar! Het is een succesvol peer-to-peer jongeren project (best practise 2014, international Labour Organisation –ILO-) en het project verspreidt zich in rap tempo.

2GetThere is dynamisch, en van, vóór en dóór jongeren. Jongeren zelf staan centraal, zij lossen zelf hun problemen op. Jongeren tussen de 16-27, die niet naar school gaan, geen werk hebben of dreigen uit te vallen; daar is het project voor. Sleutel tot succes? Ervaringsdeskundigheid, herkenbaarheid en diversiteit. Een coach van hun eigen leeftijd geeft afgehaakte jongeren weer perspectief. Zij weten hoe het is om afgehaakt te zijn en hoe hier weer uit te komen. Andere succesfactoren zijn persoonlijk contact en je gezien voelen. Onbevooroordeelde aandacht, tijd en ruimte zorgen ervoor dat jongeren zich weer verbonden voelen met zichzelf en daarmee met de samenleving.    

Het project wordt bottom-up en op een natuurlijke wijze georganiseerd. Je zou kunnen zeggen: het project organiseert zichzelf. De jongeren worden opgeleid tot coach. Ze hebben allemaal een andere achtergrond en afkomst. Dit maakt het project krachtig. Door de verschillen inspireren zij elkaar en kunnen veel van elkaar leren. Learning by doing, daar geloven we in. Transparantie en respect staan centraal. In deze leeromgeving kunnen vertrouwen en persoonlijke vaardigheden groeien. De (persoonlijke) ontwikkeling die de jongerencoaches en het project nodig hebben, ontvouwt zich als vanzelf. Vanuit deze dynamiek worden de jongerencoaches opgeleid en in hun eigen kracht gezet.

2GetThere is hulp bieden op een laagdrempelige en toegankelijke manier. Op de site staan alle coaches op een rij. De jongere kiest zijn eigen coach. Diversiteit bieden is daarbij erg belangrijk. De coaches zijn totaal verschillend. De één komt van de straat en de ander is hbo+ opgeleid. Daarmee spreken we een grote groep jongeren aan. Na het kiezen van een coach mag de jongere ook zelf bepalen waar hij of zij wil afspreken. De één wil graag het bos in, de ander zit liever in de bibliotheek of spreekt bij hem of haar thuis af. 2GT heeft geen kantoor(tijden).

Wie weet het beste wat een jongere nodig heeft? Juist! De jongere zelf. Door vragen stellen, sparren, delen en bewegen wordt helder wat de jongere nodig heeft en te doen staat. De intrinsieke motivatie is aangewakkerd.

2GT is een belangrijke stap voor jonge professionals. Vers van de studie aan het werk is een grote stap. Bij 2GT is ruimte om te groeien als professional. Je ontdekt wie jij bent als professional, je bouwt een netwerk op en krijgt het zelfvertrouwen dat je nodig hebt voor de reguliere arbeidsmarkt.

Het mes snijdt bij dit project aan meerdere kanten. Naast de hierboven genoemde persoonlijke ontwikkeling biedt 2GT antwoord op veel maatschappelijke vraagstukken. Voortijdig schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, sociale veiligheid en radicalisering. 2GetThere biedt perspectief!

Geschreven door: Susanne ten Doesschate-Boekelman.
Susanne ten Doesschate-Boekelman is initiator/projectleider. Voor meer informatie kijk op de website, Facebook of Twitter.

 

 

 

Posted
AuthorNJR

Denemarken: een bron van transitie-inspiratie

Dit artikel geeft een compleet overzicht in wat er nodig is om koers te houden tot een succesvolle transformatie en biedt beleidsmakers en andere professionals concrete suggesties waar het jeugdbeleid aan moet voldoen.

1 januari 2015 staat bekend als de grote dag waar de gemeentes in Nederland de verantwoordelijkheid kregen over de jeugdzorg. Ook een moeilijke tijd brak aan waarin nieuwe samenwerkingen gecreëerd moesten worden tussen gemeentes en jeugdhulpverleningsinstellingen en waarin samen een weg gezocht moest worden om tot een succesvolle transformatie te komen. Het leek wel alsof de gemeente en de overheid met het beleid in handen aan de ene kant stond en de jeugdhulpverleningsinstellingen aan de andere kant. Een brug miste.

Daarom reisde ik samen met een klasgenoot voor ons afstudeeronderzoek in februari 2016 af naar Denemarken om deze brug te bouwen. Samen met de Deense VNG, de ombudsman en een aantal jeugdzorgwerkers hebben we stil gestaan bij wat we van de transitie jeugdzorg uit Denemarken kunnen leren en zo een effectieve transformatie in Nederland op gang kunnen brengen.

Hieronder volgen tien lessen die van uitermate belang zijn voor een succesvolle transformatie:

  • Les 1: Zet het belang van het kind voorop
    De allerbelangrijkste les is dat het belang van het kind voorop moet staan. Helaas blijkt dat dit in de praktijk moeilijker is dan gedacht. Ook Denemarken kent de verhalen dat betrokkenen rondom de jeugdhulp van een kind zich niet richten op het kind, maar op andere belangen.
     
  • Les 2: Transformeren kost tijd
    ‘Denemarken is een bron van inspiratie en geen voorbeeld’. Dat was een duidelijke stelling die naar voren kwam. Denemarken is al ruim dertig jaar bezig met het transformeren van verantwoordelijkheden naar de gemeenten. De transitie uit 2007 in Denemarken is enkel een vervolg. Daarom moeten we de manier waarop Denemarken om is gegaan enkel zien als inspiratie.
     
  • Les 3: Zorg voor een duidelijke lijn van verantwoordelijkheden
    De politiek maakt de beslissingen en de expertise zorgen voor de juiste kennis, die politici nodig hebben om een keuze maken. Helder en concreet is de boodschap die Denemarken liet weten. Het moet duidelijk zijn wie waar verantwoordelijk voor is en wie uiteindelijk de regievoerder is over de samenwerking. Enkel alleen dan kan een langdurige samenwerking gerealiseerd worden.
     
  • Les 4: Bundel krachten
    Samenwerken is essentieel. Door krachten te bundelen, bijvoorbeeld door gemeenten, kan er bovenlokaal worden samengewerkt. In Denemarken wordt bovenlokaal samengewerkt op onder andere het gebied van specialistische zorg, door één beleid op te stellen voor diverse gemeentes.
     
  • Les 5: Financiële resultaten zijn later zichtbaar
    Door geld te investeren in zorg betekent niet altijd dat het resultaat ook op dat gebied zichtbaar is. Soms duurt het zelfs tien of twintig jaar voordat resultaten zichtbaar zijn. Zeker wanneer het gaat om een transitie. Dat brengt een spanningsveld met zich mee wat betreft keuzes waar financiën het meest nodig zijn. 
     
  • Les 6: Expertise waarborgen            
    Denemarken heeft een systeem waarbij zij ervoor zorgen dat kennis en expertise gewaarborgd wordt. Gemeenten in Denemarken zijn onderverdeeld in 5 regio’s. Elke regio heeft een gemeente die controleert of de andere gemeenten voldoen aan een adequaat niveau van zorg en zicht heeft op welke zorg een gemeente biedt. Wanneer een gemeente een casus heeft waar specialistische zorg voor nodig is, dan is men op de hoogte waar die zorg te vinden is.
     
  • Les 7: Formuleer en evalueer doelen
    Doelen stellen is een belangrijke tool om ervoor te zorgen dat resultaten gezien worden. Op zowel beleids- als uitvoerend niveau is het nodig om op deze manier richting te geven en te bepalen welke verandering nodig is.
     
  • Les 8: Werk integraal samen
    De neuzen in dezelfde richting houden is nodig om de juiste zorg te kunnen bieden aan een kind. Wanneer diverse professionals samenwerken in het belang van het kind is essentieel dat iedere professional op de hoogte is van wie de regievoerder is, wie en wat er nodig is om de zorg te kunnen leveren aan het kind.    
           
  • Les 9: Gebruik preventie als basis
    Het is al bekend dat hoe eerder zorg geleverd wordt aan een kind des te effectiever die zorg zal zijn. Daarom is noodzakelijk dat er zo vroeg mogelijk ingegrepen wordt in het leven van een kind om op die manier het meeste positieve effect te hebben op de ontwikkeling van het kind.
     
  • Les 10: Werk systeemgericht
    Het kind wordt niet gezien als individu, maar als onderdeel van het gezin. Niet alleen de problematiek van het kind wordt daarom onder de loep genomen, maar ook eventuele risicofactoren van het netwerk worden in kaart gebracht.

Geschreven door: Aliëtte Last
Aliëtte Last heeft dit afstudeeronderzoek geschreven samen met Christiaan Klopper vanuit de opleiding Maatschappelijk Werk & Dienstverlening aan de Christelijke Hogeschool Ede. Aliëtte volgt op dit moment de master Youth Studies aan de Universiteit van Utrecht en Christiaan Klopper is werkzaam als jeugdbeschermer bij het Leger des Heils.

 

Posted
AuthorNJR

Het Nederlands voorzitterschap vanuit de ogen van de Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken

Van september 2015 tot en met juni 2016 hebben de Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken 3500 jongeren gesproken tijdens de Jonge Voorzitterstour. Het Nederlands voorzitterschap van de Raad van Europa was voor de Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken de aanleiding om jongeren op een meer structurele manier te betrekken bij de (inter)nationale politiek. Op basis van de uitkomsten van deze tour is er een boek met aanbevelingen gemaakt, die op 10 juni in Madurodam aan (Euro)parlementariërs en de minister van Buitenlandse Zaken; Bert Koenders zijn overhandigd.

De aanbevelingen
In totaal zijn er vier thema’s waarover jongeren aanbevelingen hebben geschreven:

  1. Jong in Europa
  2. Europa voor iedereen
  3. Grenzeloos Europa
  4. Vluchtelingenbeleid

Deze tour heeft laten zien dat jongeren enorm positief ingesteld zijn en graag vooruit willen denken, zoals een aantal leerlingen van het Comenius college in Hilversum mooi omschreven: “Laten we een stapje terug nemen, een grote stap terug in het heelal. Als we vanaf daar naar Europa kijken zien we oceanen met daarin een continent. Een aaneengesloten stuk aarde, zonder grenzen. Zonder aan te geven welk land het is. Het wordt dan ineens pijnlijk duidelijk dat we die grenzen zelf hebben getrokken. Grenzen om aan te geven welk gebied van ons is en welk gebied van de ander en hoe groter het land, hoe meer macht. Maar als we vanuit dit perspectief kijken, kunnen we zien dat we eigenlijk al één zijn. We zijn geen vreemdelingen, we zijn hetzelfde en als we ons dat realiseren, kunnen we alles aan. Dus laten we samenwerken met solidariteit en laten we ons verenigen als één Europa, met onze gedeelde waarden en onze gedeelde hoop op een betere wereld en deze gaan verwezenlijken.”

Jongeren zijn in essentie positief, bovenstaande aanbeveling laat zien dat jongeren in principe graag samen willen werken. Maar jongeren zijn ook kritisch en maken zich in toenemende mate zorgen over de toekomst. Ze maken zich zorgen over of ze wel een baan kunnen krijgen of ze weten bijvoorbeeld niet goed wat ze moeten verwachten als er vluchtelingen in de buurt van hun huis of school komen wonen. Jongeren zijn creatief en willen graag meedenken, zo hebben een aantal jongeren in Bussum bedacht dat we vluchtelingen moeten opvangen in failliete V&D winkels. De gebouwen staan toch leeg en het is goed voor de integratie.  

Wat terugkomt in veel van de aanbevelingen van jongeren, is dat grote problemen alleen opgelost kunnen worden als we samenwerken en elkaar helpen. Of het nou gaat om het oplossen van de vluchtelingencrisis, het gebrek aan zorg voor opa’s en oma’s in bejaardentehuizen of als het gaat om de ambitie van jongeren om als Europese jongeren te bouwen aan de toekomst van Europa. Niemand kan het alleen doen en dus zullen we samen de schouders eronder moeten zetten. Het gebundelde boekje met aanbevelingen vind je hier.

Jonge Voorzittersdag op 10 juni
De eerste uitkomsten van de Jonge Voorzitterstour zijn gepresenteerd tijdens de Jonge Voorzittersdag op 10 juni 2016. Tijdens deze dag gingen 200 jongeren van verschillende leeftijden, opleidingsniveaus en uit verschillende plaatsen in Nederland in gesprek met de aanwezige politici. Er werd gesproken over thema’s die jongeren direct raken zoals de studiefinanciering en het wel of niet verlagen van de stemleeftijd maar ook over onderwerpen die verder weg staan van jongeren zoals de vluchtelingencrisis, de Brexit en het onder druk staan van de Europese Unie. De jongeren stelden kritische vragen over de invloed van lobbyisten, de zin of onzin van de Europese Unie en over de afstand tussen de politiek en jongeren. Een aantal junior-ambassadors van het Parliament Ambassadorschool programma aanwezig, vertelden dat er op hun school al veel aandacht besteed wordt aan Europa en dat ze op die manier veel in contact komen met jongeren in andere landen.  Deze dag liet zien dat jongeren betrokken zijn en dat ze graag mee willen denken over onze gezamenlijke toekomst.

Voor een indruk van deze dag bekijk onderstaande sfeerimpressie: 


Centrale boodschap
Volgens de jongerenvertegenwoordigers is de centrale boodschap van de tour: Jongeren zijn niet alleen de generatie van de toekomst, ze zijn ook een essentieel onderdeel van onze samenleving nu. Deze aanbevelingen laten zien dat de Nederlandse jongeren creatief, internationaal georiënteerd en oplossingsgericht zijn. De centrale boodschap van de Nederlandse jongeren is dan ook: durf buiten de gebaande paden te denken, denk in oplossingen en doe dit vooral door samen te werken in Europees verband.

In de komende maanden zijn de jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken weer gastlessen aan het geven om gesprekken te voeren met jongeren.De uitkomsten van deze gesprekken worden verwerkt in aanbevelingen, welke tijdens een tweede evenement op 7 februari in Maastricht gepubliceerd worden. Heb je als school interesse in een gastles? Neem dan contact op met de coördinator van de werkgroep: Eucoordinator@njr.nl.

Geschreven door:
Tibbe van den Nieuwenhuijzen
Tibbe is samen met Coco Peet Jongerenvertegenwoordiger Europese Zaken. De Jongerenvertegenwoordigers EZ praten met Nederlandse jongeren over Europa en het Europese beleid. Deze input wordt door hen meegenomen naar EU Youth Conferences en vergaderingen van het European Youth Forum.

Posted
AuthorNJR

Begin dit jaar organiseerde ZonMw een bijeenkomst over de nieuwe jeugdwet die een jaar geleden in werking is getreden. Een bont gezelschap boog zich over de vraag hoe zicht gekregen kan worden op de werking van deze wet in de praktijk. In de pauze schoof ik aan bij een tafel met jongeren. Ik had hen nog niet gehoord. Ze hielden een warm pleidooi om toch vooral jongeren zélf te vragen wat zij van de nieuwe jeugdwet merken. Niet spreken over, maar spreken met!

ZonMw investeert veel in de gezondheid en het welzijn van de jeugd, want hoewel het in ons land met veel kinderen en jongeren goed gaat, zijn er ook zorgen. Dat doen we samen met professionals, onderzoekers, bestuurders, vrijwilligers, ouders én de jeugd zelf. We vragen de projectleiders van de projecten die wij subsidiëren dan ook altijd om jongeren en ouders bij het gehele proces te betrekken. Van idee, tot uitvoering en (tussen)evaluatie. En ik ben blij dat NJR meedenkt in commissies die onze programma’s begeleiden. Dat houdt ons alert! En dat is nodig, want het kan nog altijd beter.

De focus van beleid en onderzoek is immers vaak gericht op wat er niet goed gaat. We willen problemen oplossen, zieken genezen, hulp en ondersteuning bieden. Ook vanuit ZonMw hebben we een lange traditie van voorkomen van ziekten en problemen en het verbeteren van hulp, ondersteuning en behandeling. Maar past dit nog bij de huidige samenleving? En bij de beleving van jongeren? 

Het tij is aan het keren
Vanuit ZonMw kijken we inmiddels veel breder naar gezondheid en ziekte. Vertrekpunt en rode draad van het nieuwe beleidsplan van ZonMw (2016-2020) is het concept positieve gezondheid. Daarmee bedoelen we het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven. Hier liggen ook voor het jeugddomein kansen. Het nodigt uit om in te zetten op het aanleren van vaardigheden die kinderen en jongeren in hun leven verder helpen en daardoor veerkrachtig maken. Denk aan reflecteren en problemen oplossen. Niet denken vanuit problemen, maar juist positieve aspecten stimuleren als plezier en respect voor elkaar. 
En ook de nieuwe jeugdwet waarmee ik begon, biedt kansen voor een andere benadering. Op lokaal niveau moet het beter mogelijk zijn, dan vanuit de landelijke overheid, om (jeugd)zorg te verbinden met andere sectoren waar meer vanuit het positieve gewerkt kan worden. Zodat jongeren bijvoorbeeld in (sport)verenigingen en scholen echt de kans krijgen én pakken om zich te ontwikkelen en vorm te geven aan hun leven.

Maar deze omslag gaat niet vanzelf. Om te stimuleren dat onderzoek, beleid én praktijk zich meer richten op wat jongeren wensen is het nodig om jongeren mogelijkheden te bieden om hun stem te laten horen op een manier die bij hen past. En ja, dat is soms zoeken en vraagt tijd, energie en aandacht. Tijdens een recente bijeenkomst gaven projectleiders aan te worstelen met het vormgeven van participatie van jongeren binnen de beperkte periode die beschikbaar was voor het schrijven van een projectvoorstel. Voor deze bijeenkomst hadden we een jongere uitgenodigd om te vertellen over de eigen ervaringen in de jeugd-GGZ en de opbrengsten van de NJR-inspanningen op dit gebied: Jeugd GGZ. Dat bleek een zeer overtuigende manier om het belang van direct contact met jongeren te tonen.

Laat dus vooral jongeren zelf hun verhaal doen. En als we dan over een tijdje aan jongeren zélf gaan vragen hoe de nieuwe jeugdwet voor hen heeft uitgepakt, hoop ik te horen dat er meer gekeken wordt naar talenten en mogelijkheden dan naar beperkingen.

Tips

  • Ga in gesprek; niet denken over, maar samen met jongeren.
  • Durf te werken vanuit een positieve benadering. Hoe kan het wél.
  • En: laat vooral jongeren zelf hun verhaal doen!

Geschreven door: Karin van Gorp
Karin van Gorp werkt als programmacoördinator jeugd bij ZonMw. ZonMw investeert in de gezondheid en het welzijn van de jeugd. Dat gebeurt via uiteenlopende programma's. Deze bestrijken een heel scala aan maatschappelijke onderwerpen. Van kindermishandeling tot leefstijl. En van opvoedingsondersteuning tot ernstige gedragsproblemen. Zie voor meer informatie: www.zonmw.nl/jeugd 

Posted
AuthorNJR

Hoe kunnen verantwoordelijke banken en fondsen bijdragen aan een omgeving waarin jongeren zich kunnen ontwikkelen en hoe kunnen jongeren op een positief-constructieve manier worden betrokken bij de samenleving?
“Financiële instellingen en vermogensfondsen kunnen meer jongeren bij hun werk betrekken door ze een volwaardige rol te geven. Je kunt dan denken aan stageplaatsen ter beschikking stellen, onderzoek laten uitvoeren door studenten, jonge mensen in dienst nemen om een goede leeftijdsmix in de organisatie te krijgen. Samenwerking met (hoge)scholen en universiteiten is erg belangrijk. Deel je ervaringen en kennis met jonge mensen, ze stellen vaak interessante vragen. De macht ligt bij de vorige generatie, veel kansen op vernieuwing bij de volgende. Bovendien hebben jongeren belang bij een goede toekomst omdat ze er meer van gaan meemaken.”
De ideeën van een studiegroep, hebben in 1971 geleid tot de oprichting van de Stichting Triodos, nu Stichting Triodos Foundation. Bijna tien jaar daarna is Triodos Bank N.V.  opgericht. Beide met nadrukkelijk een maatschappelijke doelstelling. Vanaf het begin is er veel contact geweest met onderwijsinstellingen en jeugdzorgorganisaties, waar we door middel van financiering bij betrokken zijn geweest. Triodos Foundation heeft in al die jaren projecten ondersteund gericht op het verbeteren van onderwijs en gezondheid van kinderen. We hebben het mogelijk gemaakt dat mensen initiatieven ontplooiden die kinderen in de natuur brachten of ze in contact lieten komen met muziek, dans, kunst of andere vormen van cultuur. Dat blijkt voor veel kinderen helemaal niet vanzelfsprekend en afgaande op de reacties wel hoog gewaardeerd en erg nodig. Enkele voorbeelden van projecten die wij steunden zijn programma´s van het Concertgebouw, NatuurWijs, de Classic Express, Rapucation het Internationaal Stiltefestival, Jeugdtheater en ´n Bries.

´n Bries gaat met kinderen uit wat lastiger buurten van Rotterdam naar Brienenoord, daar ligt een eilandje, dat weet bijna niemand, maar daar presenteren ze tussen de brandnetels en de struiken een spannend verhaal aan de kinderen. Dat is voor veel kinderen uit Rotterdam echt een totaal nieuwe belevenis. Ze hebben dan een fantastische dag, maar leren ook hoe het is om eens een dag buiten hun normale omgeving te zijn. Veel van de kinderen komen nooit aan zee en zijn nog nooit in een bos geweest. 

Een ander project waar we mee bezig zijn richt zich op studenten. In Nederland is er een groep studenten die de aansluiting mist. Dat leidt vaak tot slechte studieresultaten, eenzaamheid en soms zelfs tot zelfmoord. Anderen lukt het wel mee te doen, maar zij raken overspannen, krijgen al op jonge leeftijd een burn-out. Deze jongeren vragen over het algemeen geen hulp. We ondersteunen Podium T om met een groep theatermakers, De Hollanders, een theaterdebat maken dat er direct toe leidt dat jongeren met elkaar in gesprek komen. Jongeren zullen door middel van theater ontdekken dat ze niet de enigen zijn met onuitgesproken angsten en twijfels, dat niemand ideaal is. Met andere woorden; je mag er zijn zoals je bent en je bent goed zoals je bent. Dat geeft een heel ander gevoel dan wanneer je het idee hebt niet aan de verwachtingen, niet aan de standaard te voldoen.

Sinds kort maak ik deel uit van Raad voor Dierenaangelegenheden die de staatssecretaris van EZ adviseert over zaken rond dierenwelzijn. Daar gaan we nu zowel studenten betrekken bij het werk, om ervaring op te doen en een inbreng te kunnen geven, als ook schoolkinderen, via de Missing Chapter Foundation van Prinses Laurentien. Ik ben ook in gesprek met de zelfbenoemde ‘Ombudsman voor Toekomstige Generaties’, die naam zegt genoeg. Hij zou zo snel mogelijk een officiële status moeten krijgen wat mij betreft.

Weer een heel ander verhaal is dat, met steun van onze kant en op initiatief van NIVOZ, Gert Biesta benoemd is tot bijzonder hoogleraar pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming aan de Universiteit voor Humanistiek. Prof. Biesta heeft een bijzondere visie op onderwijs en pedagogie en zal ongetwijfeld verdere bijdragen leveren aan de noodzakelijke onderwijsvernieuwing in Nederland en daarbuiten. Om dezelfde reden hebben we onderwijsvernieuwende bewegingen ondersteund, zoals Operation Education en helpen we de VU bij het vergroenen van de onderwijsomgeving.

Zo kan ik nog veel meer voorbeelden geven, het zijn stuk voor stuk allemaal geweldig mooie verhalen. Het is belangrijk de jongste generatie in contact te brengen met het wonder van de natuur, de waarde van cultuur en de kinderen goed op te leiden tot evenwichtige mensen die een bijdrage kunnen geven aan onze samenleving. Daarom hebben ze goede voorbeelden nodig in hun omgeving en moeten ze zichzelf leren kennen en waarderen. Triodos Foundation is een kleine organisatie, we kunnen niet altijd alles ondersteunen. Desondanks doen we op dit gebied echt heel veel. Inhoudelijk weten we er wel wat vanaf, maar we zijn geen experts. We nodigen dan ook mensen uit om ons te inspireren. Het is heel prettig om dat soort verhalen te horen.”

Welke drijfveren en overtuigingen liggen ten grondslag aan jullie werk?
“Toen de Stichting Triodos Foundation werd opgericht ging het over ‘maatschappijvernieuwing’; we wilden een aantal starre, rigide instituten doorbreken, door nieuwe vormen te financieren. Tegenwoordig formuleren we het in termen van duurzaamheid. Een duurzame samenleving is gericht op levenskwaliteit – kwaliteit van leven – en waar je ziet dat iemand achterblijft probeer je die erbij te betrekken. In een duurzame samenleving probeer je het met elkaar te doen, ieder op z’n eigen manier, met eigen talenten en eigen inzet. Dat is ons ultieme doel. Een duurzame samenleving heeft aandacht voor verschillende aspecten. Het gaat niet alleen over het milieu, maar het heeft ook een sociaal aspect; kwaliteit van leven, meedoen, respect en diversiteit. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd laten zien dat veel mensen vast zitten in hun eigen overtuiging en ervan overtuigd zijn dat de wereld niet deugt. Je zou daarom voor jongeren wensen dat ze betrokken worden bij lokaal beleid, bij beslissingen die hun leven raken, bij bijvoorbeeld het onderhoud van het landschap. Daarmee wordt de stad ook hun stad, de omgeving ook hun omgeving, een plek die ze kennen, waar ze thuis zijn en waar ze zich betrokken en nuttig voelen. 

Als stichting hebben we een heel duidelijk streven. Vanuit Triodos proberen we te kijken naar wat er werkelijk werkzaam is in het betrekken van jongeren om ze te laten komen tot een hoge mate van zelfwaardering, want daar gaat het uiteindelijk om. En dan worden het gewoon hele plezierige, zinvolle deelnemers aan de samenleving, in plaats van dat ze zich langzaam maar zeker gaan afzetten. Naar ons idee is dat waar het om zou moeten gaan. We bedenken geen dingen die voor ons goed zijn, we bedenken dingen die goed zijn. Punt. En daar zetten we ons voor in. Dan kan je nog vragen: waarom doe je dat, waarom zou je levenskwaliteit nastreven? Omdat we gewoon voor het beste gaan.”

Concrete tips?
“Mijn tip: zoek elkaar op, ga erheen, ga kijken wat dat doet. Houd je ogen open, want dat is het belangrijkste wat er is, gewoon waarnemen. Als je de fenomenen op hun waarde kunt schatten, dan hoef je soms niet eens een expert te zijn om te weten dat er iets nodig is. Dat je het dan misschien niet zonder experts kan uitvoeren is een tweede, maar er zijn zoveel mooie dingen te doen. 

Zo makkelijk kan het zijn. Neem kinderen mee het bos in. Zet ze tegen een boom en zeg: ‘ga eens luisteren wat je hoort’. Dan worden ze allemaal doodstil. En na vijf minuten beginnen ze: ‘ja ik hoorde dit en..’, en dan horen ze ook allemaal dingen die er helemaal niet zijn, maar ze hoorden van alles! Nou die komen ’s avonds thuis, gaan naar bed, dromen daarvan, dat vergeten ze nooit weer. Zo makkelijk is het. Alleen als ze niet in het bos komen, dan zijn het straks grote mensen die in de Tweede Kamer of als ambtenaar in een gemeente werken en die denken ‘nou dat bos kan wel gekapt, wat moet je met een bos?’. 

Het gaat om betrokkenheid, respect, het zijn zulke simpele dingen eigenlijk. Dingen die we als mensheid allang weten, de indianen wisten het, en de Aboriginals weten het. Wij hebben het allemaal ooit ook geweten, denk ik, maar we zijn het allemaal vergeten. Doodzonde want het is van invloed op onze kwaliteit van leven.”

Meer weten? 
www.triodosfoundation.nl
LinkedIn Triodos Foundation
Twitter Triodos Foundation
Facebook Triodos Foundation

Geïnterviewd: Ted van den Bergh
Ted van den Bergh is de directeur van Stichting Triodos Foundation. Triodos Foundation bevordert sinds 1971 bewust omgaan met geld en stimuleert vernieuwende ontwikkelingen. Sinds de oprichting van Triodos Bank in 1980, beperkt Triodos Foundation zich hoofdzakelijk tot het toekennen van donaties. Dit wordt mogelijk gemaakt door bijdragen van Triodos Bank en haar cliënten in de vorm van vele grote en kleine schenkingen. 

 

Posted
AuthorNJR

UUT

UUT is een online platform voor en door jong Utrecht. Het platform licht uit wat jongeren belangrijk vinden in hun stad, faciliteert uitwisseling en is een plek voor tips en tricks.

UUT is ontstaan naar een vraag van Gemeente Utrecht.  Gemeente Utrecht wilde van jongeren input verzamelen over verschillende thema’s die de stad rijk is. In het verleden vergaarde Gemeente Utrecht informatie over deze thema’s door een groep van 150 jongeren te betalen voor hun mening. Dit had een ongewenst effect, namelijk dat jongeren sociaal gewenst gedrag gingen vertonen. De opbrengst van de output was hierdoor niet betrouwbaar.

“We hadden het gevoel dat we het doel volledig voorbijschoten. Je wilt echte feedback niet een kaartenbakje met 150 jongeren, dat is hol (Annelore Zielstra, Gemeente Utrecht).”

Gemeente Utrecht is terug naar de tekentafel gegaan en heeft gekeken naar de vraag: “wat is werkelijk participatie?”. Samen met NJR hebben zij gekozen voor een strategie met een horizontale impact. Dit betekent dat niet de gemeente, maar jongeren de agenda bepalen (bottom-up versus top-down). Daarnaast is het voor beide partijen van belang dat jongeren intrinsiek gemotiveerd zijn om een bijdrage te leveren aan het initiatief.

Middels overleg met jongeren en het centraal stellen van succesfactoren, zoals autonomie, competentie en verbinding, is UUT ontstaan.

Uitlichten
Jongeren kunnen middels UUT in woord en beeld uitlichten wat er voor hen toe doet in de stad. Dit betekent dat zij zelf op pad gaan met pen en/of camera om het gezicht achter betekenisvolle initiatieven vast te leggen. Op deze manier laten jongeren zien welke initiatieven en ervaringen zij waardevol vinden in Utrecht. De jongeren zijn de curators van de stad, zij bepalen welke onderwerpen op de agenda komen. De jongeren delen hun verhalen met anderen jonge Utrechters en laten zij zien welke initiatieven zij liefhebben. Gemeente Utrecht kan hierdoor meekijken over de schouders van jongeren en volgen wat er leeft onder deze doelgroep in Utrecht.

Uitwisseling
SYNC is een event dat elk kwartaal wordt georganiseerd door UUT. Tijdens deze events wordt uitwisseling en feedback rondom jongereninitiatieven in het sociale domein gefaciliteerd. SYNC biedt een podium waarop drie initiatieven per event in de gelegenheid worden gesteld om een vraag of probleemstelling aan het publiek voor te leggen. Dit publiek bestaat uit jongeren, professionals en jonge ambtenaren. Het publiek gaat tijdens deze creatieve brainstorm op zoek naar oplossingen voor de drie initiatieven. De brainstorm wordt begeleid door NJR Trainers. Aan het einde van de avond ontvangen initiatieven een boek met alle ideeën in de vorm van een feedback boek (zie foto feedbackboek). Op deze wijze faciliteert UUT-verbindingen, ideeën en oplossingen en helpen jongeren elkaar op lokaal niveau verder.

Tips en Tricks
Elke maand komt de UUT-familie bijeen op de zoldersessies. De zoldersessie is een plek waar nieuwe ideeën, toekomstige samenwerkingen en redactionele taken worden besproken. De zoldersessie is vooral een plek voor de UUT-familie. Een plek waar pizza wordt gegeten, verhalen worden uitgewisseld en verbinding wordt gefaciliteerd. Intrinsieke motivatie staat hier centraal en een bezoek van de gemeente is mogelijk, maar niet het uitgangspunt. De zoldersessie biedt de mogelijkheid aan de gemeente of andere externe partijen om vragen te stellen aan de jongeren (UUT-familie). Deze vragen kunnen betrekking hebben op beleid of het vergaren van ideeën en input. Middels verschillende werkvormen broeden we op de vraagstukken van gemeenten of andere externe partijen.  De zoldersessie is een vorm van gevraagd advies en biedt een klankbord op verschillende vraagstukken van de gemeente. De gemeente kan een verzoek indienen om een vraagstuk in te dienen bij de zoldersessie. Telefonisch wordt de vraag afgestemd met de projectleider van UUT. Samen wordt gekeken naar een passende werkvorm en een datum voor een bezoek.

Gemeente Utrecht wil naast gevraagd ook ongevraagd advies faciliteren voor jonge Utrechters. NJR heeft gekeken naar een werkvorm waarbij jongeren ongegeneerd kunnen vertellen over mooie en frustrerende ervaringen van de stad, dit resulteerde in de biechtstoel:

“De biechtstoel van UUT is altijd on the move. Je vindt hem op pleintjes, festivals en feestjes in Utrecht. Neem plaats en het woord is aan jou: biecht je liefde op voor je stad en vertel ook hoe het beter kan. Zo kunnen we de stad nóg mooier gaan maken.”

De factoren die UUT tot een succes maken
Het hart van UUT is de UUT-familie. Dit is een groep van veertig jongeren die vrijwillig schrijven en fotograferen over hun stad.  Het is een groep actieve en enthousiaste stadsverkenners. Zij zijn het gezicht van UUT en fungeren als doorgeefluik voor andere jongeren.  De UUT-familie is betrokken en actief, omdat zij intrinsiek gemotiveerd zijn om mee te werken aan UUT. Dit wordt gestimuleerd doordat UUT jongeren verbindt, hen in de gelegenheid stelt om competenties te ontdekken en ontwikkelen, maar hun ook in de gelegenheid stelt om  eigen keuzes te mogen maken.
UUT is doelgroep specifiek ingericht en richt zich met de UUT-familie heel bewust op jongeren tussen de 18 en 25 jaar oud. Deze groep weet al beter wat hun sterke punten zijn, zoeken verbinding met elkaar en de stad en bezitten een hogere mate van eigenaarschap, waardoor zij autonoom aan de slag kunnen. Nieuwe UUT leden worden door de hoofdredacteur klaargestoomd voor hun werk voor UUT. Tevens worden zij gekoppeld aan bestaande UUT leden (UUT-buddy’s) met wie zij samen op pad gaan. De keuzes om met UUT-buddy’s te werken komt voort uit de peer-to-peer methodiek. Deze positieve rolmodellen stimuleren en ondersteunen elkaar in hun werk en ontwikkeling.  Een andere succesfactor van UUT is dat zij jongeren ontmoeten en benaderen op de plaatsen waar zij van nature zijn, zoals online of op festivals.

UUT is een nieuwe vorm van jongerenparticipatie. Een vorm die intrinsieke motivatie centraal stelt en afwijkt van de klassieke vorm van een “jeugdraad”. Met als resultaat dat een groep jongeren op actieve en ludieke wijze zich in zet voor de stad op een manier die hun eigen is, namelijk dynamisch, actief en met heel veel plezier.

Interesse naar UUT? Neem dan contact op met fayelui@njr.nl

Posted
AuthorNJR

Alle jongeren verdienen de best mogelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen en zoveel mogelijk geluk en welzijn te ervaren. Dat kunnen we bereiken als iedereen al van jongs af aan zijn potentie kan ontdekken en deze verder kan ontwikkelen en inzetten.
Namens het Kinderrechtencollectief heeft NJR het programma Kinderrechten in de Jeugdzorg ontwikkeld. Dit programma richt zich op het versterken en verduurzamen van de inbreng van ervaringsdeskundige jongeren in jeugdzorginstellingen en justitiële jeugdinrichtingen, om er zo voor te zorgen dat jongeren passende zorg ontvangen en daardoor zoveel mogelijk welzijn en geluk kunnen ervaren. Centraal in de uitvoering staan de succesfactoren in het werken met jongeren van NJR en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).

Jongeren in jeugdzorginstellingen en justitiële jeugdinrichtingen hebben dagelijks te maken met de zorg die zij ontvangen, wat voortvloeit uit het gevoerde beleid. Zij verblijven voor bepaalde tijd in een instelling, doen ervaring op met de dagelijkse praktijk en dat maakt hen op dit vlak ervaringsdeskundig. Al deze opvattingen en ervaringen vormen een schat aan inzichten voor de instelling en het lokale jeugdbeleid. De potentie om met hun ervaringsdeskundigheid een positieve bijdrage te leveren aan het leven van hun peers en de kwaliteit van zorg en beleid is onder deze jongeren aanwezig!

Aanpak Kinderrechten in de Jeugdzorg
Om deze potentie aan te jagen gebruikt NJR haar succesfactoren in het werken met jongeren als richtingaanwijzers om ervoor te zorgen dat de inbreng van jongeren ook daadwerkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de zorg. Dankzij een trainings- en ondersteuningsprogramma vergaren jongeren de vaardigheden die op individueel niveau bijdragen aan hun persoonlijke ontwikkeling (o.a. zelfvertrouwen, oplossingsgericht denken, etc.) en die daarnaast de kwaliteit van hun inbreng op beleidsprocessen vergroot.

Tijdens een presentatie- en debattraining – met aansluitend een Lagerhuisdebat – worden ervaringen, opvattingen en ideeën van alle jongeren uit de instelling over de zorg en het beleid gedeeld met leeftijdsgenoten, professionals en beleidsmakers in de instelling. Deze aanpak zorgt ervoor dat de ideeën van de jongeren over betere zorg kunnen worden meegewogen in de beleidsprocessen van de instelling. Dan zijn er ook nog instellingen die met een jongerenraad werken. Tijdens een jongerenraadtraining duiken we met de leden van de jongerenraad in één of meerdere vraagstukken die door henzelf of door de instelling worden aangedragen. Oplossingen voor deze vraagstukken presenteren we aan de (zorg)professionals die hierover gaan binnen de instelling. Dankzij de trainingen ontdekken jongeren hun Sterke Punten, worden zij zich bewust van wat hun positie is binnen de instelling, hoe ze die positie gezamenlijk kunnen versterken en welke voorzieningen de instelling dient te bieden om gestand te doen aan kinderrechten.

Resultaten
Met de uitvoering van dit programma registreren we instelling overstijgende signalen en trends én leggen we de link tussen jongeren en beleidsbepalers van de instelling en gemeenten, zodat deze bevindingen belanden op de plekken waar actie ondernomen kan worden. We zetten daarmee het leren in en van de praktijk centraal en helpen beleidsmakers op instellings- en gemeentelijk niveau met het stellen van doelen met betrekking tot de betrokkenheid van jongeren in de ontwikkeling en toetsing van ontwikkelingsgericht jeugdbeleid. We doen dit om de methodische en procesmatige kwaliteit rondom het opgroeiklimaat van jongeren te verbeteren, en om aantoonbaar te maken hoe en waarom het beleid werkt.

En verder…
NJR blijft zich ervoor inzetten dat de inbreng van ervaringsdeskundige jongeren een explicieter onderdeel wordt van het beleid binnen instellingen. Het is en blijft van belang dat zorgprofessionals, beleidsmakers en -bepalers inzicht verwerven in de posities, ervaringen en ideeën van jeugdigen, en dat zij jongeren zien als onderdeel van de drie-eenheid. Hoe organiseer je dit en hoe zorg je dat die inbreng van waarde is? Om die vragen te beantwoorden trekken we zoveel mogelijk op met instellingen zelf, maar juist ook met gemeenten en landelijke partners zoals het JeugdWelzijnsBeraad, die ervoor kunnen zorgen dat de gedachte achter de Jeugdwet ook daadwerkelijk ter hand wordt genomen.

Instellingen die al deelnamen:
JJI Amsterbaken, Behandelcentrum Woodbrookers, Bijzonder Jeugdwerk Brabant, Forensisch Centrum Teylingereind, DJI de Hartelborgt, Intermetzo Zeist, Juvaid het Poortje, de Koppeling, Pluryn, SJSJ Icarus, SJSJ ’t Keerpunt, Stichting JJC en Wilster het Poortje.


Neem voor meer informatie over dit project contact op met Denise Puijk door te mailen naar DenisePuijk@NJR.nl.

Posted
AuthorNJR
Sjoukje en Tibbe met eurocommissaris Navracsics                                              Copyright: René Verleg

Sjoukje en Tibbe met eurocommissaris Navracsics                                              Copyright: René Verleg

Begin april organiseerde NJR in samenwerking met het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, red.) de EU Jeugdconferentie. Tijdens deze conferentie kwamen 200 jongeren en beleidsmakers uit heel Europa samen om met elkaar het gesprek aan te gaan over de vraag wat jongeren nodig hebben om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen in de huidige digitale en multiculturele samenleving. NJR professionals deed eerder verslag van de conferentie.

De jeugdconferentie in Amsterdam is onderdeel van een cyclus bestaande uit 3 jeugdconferenties. Tijdens de conferentie in Amsterdam hebben de deelnemers nagedacht over de uitdagingen voor jongeren om zo goed mogelijk mee te kunnen doen in de huidige samenleving. Het resultaat hiervan was een ‘guiding framework. In het najaar van 2016 zal de conferentie in Slowakije gaan over mogelijke oplossingen, en de conferentie in Malta in het voorjaar van 2017 zal gaan over de implementatie van deze oplossingen.

De uitkomsten van de conferentie in een notendop

Uitdagingen voor een inclusief Europa
Inclusie is een van de uitdagingen van deze tijd. De deelnemers van de conferentie identificeerden drie uitdagingen. Allereerst lijkt de samenleving jongeren vaak als uitdaging te zien in plaats van als kans. Dit is ook terug te zien in de media. Ten tweede, ervaren jongeren vaak veel druk (een goede baan hebben, er goed uit zien, gezond zijn, et cetera). Dit belemmert hen in hun beste zelf te worden en kan leiden tot psychologische- of gezondheidsklachten. Het is een uitdaging om er voor te zorgen dat jongeren de ruimte en kansen hebben om vaardigheden te ontwikkelen die het makkelijker maken om zichzelf goed te kunnen ontwikkelen in de huidige samenleving. Ten derde, jongeren in achterstandsposities hebben vaak onvoldoende gelijke economische, juridische en sociale kansen om zichzelf te ontwikkelen.

Uitdagingen voor een divers Europa
Er is een gebrek aan wederzijds begrip en interactie onder jongeren van verschillende culturele en etnische achtergronden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een angst voor het onbekende, het verliezen van identiteit, verkeerde informatie en het gebrek aan kritisch denken.

Uitdagingen voor een verbonden Europa
Jongeren vinden het lastig om informatie goed te verwerken en beoordelen en hebben vaak niet de vaardigheden om goed met grote hoeveelheden informatie om te gaan.

Als Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken vormen Sjoukje en Tibbe de brug tussen de Nederlandse jongeren en de Europese Unie en de Raad van Europa. Zij reizen door heel Nederland om zoveel mogelijk jongeren te spreken over Europese thema’s en koppelen dit terug aan ministeries, ministers en Tweede Kamerleden in Den Haag en bij Europarlementariërs, Eurocommissarissen en verschillende Europese instellingen. Daarnaast spreken zij op verschillende internationale conferenties namens de Nederlandse jongeren.  Als jongerenvertegenwoordigers wonen Sjoukje en Tibbe elk half jaar de EU Jeugdconferentie bij. Dit keer dachten ze ook mee in de opzet en inhoud van de conferentie.

“Out of the European policy bubble”
Als Nederlands team hadden we onszelf tot doel gesteld om deze conferentie anders in te steken dan gebruikelijk is. Veel conferenties zien er vaak hetzelfde uit waardoor de deelnemers een bepaald verwachtingspatroon hebben ontwikkeld. Het Nederlands voorzitterschap gaf ons de kans om dit verwachtingspatroon te doorbreken en zo met nieuwe inzichten te komen.

In tegenstelling tot andere landen die de jeugdconferentie in het Hilton Hotel organiseerden, hebben wij gekozen voor het Volkshotel in Amsterdam, een hipsterhotel met stijl. Hoewel dit voor een aantal aanwezigen een behoorlijke cultuurshock was, werd het zo duidelijk dat wij dingen anders aanpakken. Wij openden de conferentie met de woorden: “We would like to get you all out of the European Policy bubble.  It’s not about the words, it’s about the vision we as young people have for Europe” De toon was gezet, de deelnemers werden wakker geschud en voorbereid op een EU Youth Conference 2.0.

Niet over jongeren maar met jongeren praten
Voorheen focuste elke conferentie zich op een eigen thema waarna gelijk aanbevelingen werden geschreven. Door dit proces in een nieuwe structuur te verdelen over anderhalf jaar, wordt er meer tijd gecreëerd om jongeren te consulteren en na te denken over de implementatie van de aanbevelingen. In lijn met onze vernieuwende stijl is er besloten om alle delegatieleden letterlijk uit de “policy bubble” te halen, tien organisaties die met jongeren werken, hadden hun organisatie opengesteld om met de vertegenwoordigers uit alle landen in gesprek te gaan. Tijdens de werkbezoeken maakten de deelnemers kennis met trainingen, leerden ze over projecten die jongeren zelf hebben opgezet en deden ze mee aan activiteiten van de organisatie. Waar bijvoorbeeld Joost van Stad Bussum de deelnemers inspireerde door vol trots te vertellen over het organiseren van zijn eigen “Fashion Show”, nam Zoé van Media College Amsterdam de deelnemers mee in haar werk. Zoé leert jongeren om te gaan met de uitdagingen die het nieuwe digitale tijdperk met zich meebrengt. De werkbezoeken werden door veel deelnemers benoemd als het leukste onderdeel van de conferentie.

Politieke impact
Bij jeugdconferenties is het proces vaak minstens zo belangrijk als de uitkomst. De EU Jeugdconferentie brengt meer dan 200 jongeren en beleidsmakers met elkaar in contact. Als u beleidsmaker bent, ga eens na hoe vaak u in uw dagelijkse werk met jongeren om de tafel zit? Jongeren die dit lezen, aan jullie kunnen we dezelfde vraag stellen; hoe vaak mag jij meebeslissen over het beleid dat over jou gemaakt wordt? Juist deze verbinding die gelegd wordt tijdens conferenties als deze, zijn de kern; op een positieve manier actoren met elkaar in verbinding brengen.

De conferentie is helemaal een succes als deze verbinding dan ook leidt tot daadwerkelijke politieke impact  Daarom stond de laatste dag in het teken van deze politieke impact. Staatssecretaris Van Rijn, eurocommissaris Navracsics, Prinses Laurentien en niet te vergeten 150 jongeren en meer dan 50 beleidsmakers uit allerlei EU-landen bespraken de uitkomsten van de conferentie en gingen in debat over radicalisering.

Om jongeren, waar politici normaal gesproken niet mee spreken, bij de conferentie te betrekken hebben we voorafgaand aan de conferentie alle Europese jongerenvertegenwoordigers gevraagd om deel te nemen aan Streets of Europe. Zij zijn allen de straat op gegaan om jongeren te interviewen die normaal niet zo snel aan het woord komen. Deze foto’s en verhalen waren een inspiratie voor alle deelnemers.  Tijdens deze laatste dag van de conferentie hebben we de meest inspirerende verhalen overhandigd aan de eurocommissaris, staatssecretaris Van Rijn en Prinses Laurentien met de boodschap om buiten de gebaande kaders te blijven denken en te allen tijden het contact blijven houden met de mensen op straat.

De Nederlandse jeugdconferentie heeft een goede basis gelegd voor het vervolg in Slowakije. Waar de Europese Commissie in het begin sceptisch was over onze nieuwe aanpak, werden de nieuwe elementen die we toegevoegd hebben met veel enthousiasme ontvangen. We willen dan ook graag afsluiten met de woorden die onze eigen prinses gebruikten tijdens de closing ceremony: “We need your creativity and thinking power for the future”. Wij kijken ernaar uit om het komend halfjaar weer bij scholen, bedrijven, instellingen, verenigingen, organisaties  en op straat langs te gaan om met jullie het gesprek aan te gaan over de uitkomsten van deze Europese Jeugdconferentie.

Om zo veel mogelijk input te verzamelen van jongeren uit heel Europa, worden er komende maanden in heel Europa consultaties georganiseerd. De jongeren, maar ook beleidsmakers en experts, krijgen de volgende vragen voorgelegd:

  1. Over welke veranderingen in de samenleving maak je je zorgen en wat heb je nodig om je aan te passen aan deze veranderingen?
  2. Wat zou je helpen om meer in contact te komen met jongeren met een andere culturele, sociale, economische of religieuze achtergrond dan jij?
  3. Wat kan er worden gedaan om ervoor te zorgen om stigma’s van kwetsbare jongeren te voorkomen en om ervoor te zorgen dat ze gelijke kansen krijgen in de samenleving?
  4. Wat zorgt ervoor dat jij je verbonden voelt met je buurt, de samenleving, Europa?
  5. Welke vaardigheden heb je nodig om om te kunnen gaan met lastige situaties?
  6. Wat heb je nodig om je beste zelf te worden en om anderen te helpen dat ook te doen?

Wil je meedenken over de antwoorden? Laat het weten door te mailen naar andreabos@njr.nl!

Geschreven door:
Tibbe van den Nieuwenhuijzen en Sjoukje van Oosterhout
Tibbe en Sjoukje zijn Jongerenvertegenwoordigers Europese Zaken. Zij praten met Nederlandse jongeren over Europa en het Europese beleid. Deze input wordt door hen meegenomen naar EU Youth Conferences en vergaderingen van het European Youth Forum.

Posted
AuthorNJR

Afbeelding 2.jpg

De participatiesamenleving is aan de orde van de dag, wat valt jou als directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau op?
“Vanaf het begin heb ik het moeilijk gevonden dat de participatiesamenleving tegenover de verzorgingsstaat kwam te staan. Want als je goed kijkt naar de verzorgingsstaat dan is meedoen en participeren hierin ook altijd de bedoeling geweest, ook voor degenen die kwetsbaar zijn. Alleen het tijdsgewricht van de verzorgingsstaat leidde tot ondersteuning als uitgangspunt. De debatten over de participatiesamenleving gaan meer uit van de andere kant, namelijk eerst kijken naar de zelfredzaamheid. Het zijn natuurlijk twee kanten van dezelfde medaille. Alleen dient de participatiesamenleving op een andere manier georganiseerd en geregeld te worden. Overigens denk ik dat het kabinet totaal niet verwacht had wat voor debat er zou ontstaan. Uiteindelijk heeft de Tweede Kamer aan het kabinet gevraagd om hun visie te geven. Dit resulteerde in een brief van de Minister-president van anderhalf kantje, waarin eigenlijk helemaal geen visie stond. Die brief heb ik geanalyseerd en geconcludeerd dat daar vooral in stond wat de participatiesamenleving niet inhoudt: minder controle, minder van bovenaf opgelegd. Politiek gezien is het vooral een zoektocht naar minder beknelling, meer uitgaan van eigen kracht. Toch ontbrak duidelijkheid over wat de participatiesamenleving dan wel is in de ogen van het kabinet. Daardoor kan het een typisch polderbegrip zijn; de één legt het uit als eigen verantwoordelijkheid, de ander als solidariteit en een derde als buurmanschap. Dit betekent dat je veel preciezer in de definiëring moet zijn. Als SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau, red.) hebben we dit thema naar ons toegetrokken, om te onderzoeken wat de participatiesamenleving dan wel is. Dit heeft geresulteerd in het essay Rijk Geschakeerd . Wij hebben in dat essay gezegd: ‘het gaat om werk, het gaat om zorg, het gaat om vrijwillige inzet van mensen, maar het gaat ook om participeren in de democratie en het meepraten met de mensen die beleid en bestuur maken’. En misschien zijn er zelfs nog wel meerdere terreinen, die we niet onderscheiden hebben.

En om te kunnen bekijken hoe het er nu voor staat met de participatiesamenleving in Nederland, moet je de vraag beantwoorden: wat wil je bereiken op elk van die terreinen? Wat is je doel, je norm of je ideaal? En vervolgens wat heb je er voor nodig om dat te bereiken? Kijk, ik kan iets zeggen over het aantal ouderen dat kwetsbaar is en hulp nodig heeft. En vervolgens is het toch ook een politiek debat in hoeverre je voorzieningen wilt creëren of in hoeverre je zegt: ‘nee we vinden dit horen bij mantelzorg’. Die uitspraken zijn voor het SCP wat lastiger, maar dit is wel een boodschap aan de politiek, om de vraag te kunnen beantwoorden of de participatiesamenleving al bestaat, moet je er iets van vinden. En iedereen zweeft daar nog steeds om heen.”

Is dat nog steeds het geval?
“Ja, dat vind ik wel. En ik vind het goed als maatschappelijke organisaties, partijen als NJR en mensen in het jeugdveld, duidelijker het debat aangaan over ‘wat zou je dan willen bereiken’. We veranderen allerlei rechten van mensen op zorg en dingen rond de sociale werkplaatsen en ik begrijp dat dit heel veel boosheid en onzekerheid teweegbrengt. Het doel kan nooit een sociale werkplaats zijn. Het doel moet volgens mij participatie van mensen op de arbeidsmarkt zijn. Daar moet de politiek vervolgens wat van vinden; in welke mate dan, en wie? Ik denk dat de politiek nog iets meer, in plaats van het over de middelen te hebben, moet kijken naar wat ze willen bereiken. Daarnaast moet je in termen van onderwijs, arbeidsondersteuning, inspraak of whatever mee kunnen doen. Er moeten wel een aantal randvoorwaarden worden gecreëerd omdat niet iedereen het automatisch vanzelf red in die participatiesamenleving. Dan kan een sociale werkplaats alsnog een heel goede oplossing zijn!

Dus ja, als je dan de balans op zou moeten maken in het kader van jouw vraag, dan zie ik verschillende dingen. Als je kijkt naar de mantelzorg en de vrijwillige inzet in de zorg, dan moet je feitelijk constateren dat er zo’n 4,5 miljoen mensen mantelzorg verlenen, 1/3 ervan doet dit structureel. Dat betekent dat anderhalf miljoen mensen in Nederland zich zo’n 8 uur per week, gedurende een periode van 3 maanden of langer, vrijwillig inzetten. Daarnaast zijn er nog eens zo’n 2,5 miljoen vrijwilligers. Het gaat dus over zo’n 6 miljoen mensen, een fors deel van onze bevolking. Je kunt dan de vraag stellen of de aannames onder het overheidsbeleid – dat bij het afschaffen van een aantal ondersteunende maatregelen vanzelfsprekend een groter beroep via de keukentafel op die groep mensen gedaan kan worden – ook echt kloppen. Veel mensen geven aan graag meer te willen doen, maar dat dit niet altijd kan in verband met werk, geld en tijd. We zien dus een aantal belemmeringen, maar ook een positieve grondhouding van heel veel Nederlanders ten opzichte van vrijwilligerswerk. We doen dus al heel veel. En zeker in de afgelopen jaren, mede door het debat over de participatiesamenleving en het overheidsbeleid, wordt er - soms ook noodgedwongen – veel door mensen gedaan. Wel denk ik dat op sommige schouders wel erg veel zorgtaken neerkomen en dat het in de lucht houden van al die ballen (zorg, werk, zorg voor de kinderen) niet eindeloos gaat.

Daarnaast is er het terrein van én zorg én leren, de zogenaamde combinatiedruk. We weten redelijk hoe mannen en vrouwen van verschillende leeftijden hun dag indelen. Daarin zien we dat er knelpunten zijn. Ik ben dan ook heel erg blij over het debat van de heroriëntatie in het onderwijs, door de commissie Schnabel. Volgens mij gaat er veel veranderen om in die participatiesamenleving een leven lang leren en werken te kunnen combineren. Daar is nog veel voor nodig, ook in de mindset van mensen. Onderwijs zal volgens mij veel meer op onderwerpen gericht zijn, je moet je vaardigheden bijhouden en kwalificaties halen.

En als het over zeggenschap over je eigen leven, je wijk, de buurt en dus over de democratie gaat, dan vind ik dat we dat teveel verengen tot het politieke, terwijl het juist meer zou moeten gaan over maatschappelijke verbanden. De maatschappelijke democratie wordt nu een beetje overschaduwd door het politieke debat. Als je de participatiesamenleving serieus neemt gaat het ook over zeggenschap van mensen, in hun eigen buurt, op de school waar hun kinderen zitten. Dat zijn natuurlijk voorzieningen die we in de loop der jaren óf sterk hebben afgestoten, op de markt hebben gezet, óf in andere handen hebben gelegd waardoor dit best een lastig verhaal is. Hoe geef je dit nu vorm? Het is volgens mij een gemengd antwoord: ik denk dat Nederland per saldo gewoon een participatiesamenleving ís, op al die terreinen, maar dat zeker bij de omvorming van de ondersteunende voorzieningen van de verzorgingsstaat er een aantal vragen liggen die te maken hebben met:

  • Welke norm stel je collectief voor bijvoorbeeld mensen met beperkingen?
  • Wanneer ga je dingen regelen?
  • Wat is solidariteit?
  • Welke normen horen daarbij?

En het andere is gewoonweg de faciliterende kant van de overheid die daarbij hoort. Dus de participatiesamenleving vraagt ook om een participerende overheid. En die doet dat ook niet altijd. Door veel mensen wordt de overheid ervaren als een partij die vooral iets oplegt of verhindert, meer dan als iemand die met je oploopt of faciliteert.

Ten aanzien van jeugd en jongeren speelt bovenstaande denk ik, op al die terreinen een rol. Daarbij is het wel goed om op te merken dat jongeren veel ervaring en een soort mindset hebben die bij zo’n participatiesamenleving past. Het anders nadenken over arbeidscontracten, leren, werken en multitasken zit er denk ik veel meer bij jongeren in en dat past wel bij zo’n eigentijds begrip als de participatiesamenleving. Tegelijkertijd merk ik toch ook dat jongeren soms moeite hebben zich het voor te stellen. Zo gaf ik onlangs een college aan masterstudenten in Rotterdam, over de bredere trends in de samenleving en hoe dat van invloed is op de gezondheidszorg. Van de 100 mensen die in de collegezaal zaten, waren er een stuk of drie van mijn leeftijd, de rest was allemaal jonger. Dat valt op. Dus ik startte de discussie over leeftijd, de bevolkingsopbouw van Nederland als geheel en het verschil met de studenten in de collegezaal. Toen confronteerde ik de studenten met de discussie over het leven lang leren. Volgens mij zien collegezalen er over een jaar of vijf totaal anders uit. Dan zijn de drie oudere studenten niet meer de uitzondering, maar zijn studentengroepen qua leeftijd veel gemengder. Dat is toch de consequentie van het debat over de participatiesamenleving en het leven lang leren.”

Participatie speelt ook binnen de Jeugdwet een belangrijke rol. Wat is er nodig voor overheden, professionals en jongeren om binnen de context van de Nieuwe Jeugdwet met elkaar op een goede manier aan de slag te kunnen gaan?
“We hebben onlangs een essay geschreven over burgerparticipatie (in dit geval rondom de Omgevingswet) en de condities die het SCP als noodzakelijk ziet om burgerparticipatie van de grond te krijgen. Deze condities gaan ook op voor participatie van jongeren. Het gaat bijvoorbeeld over de informatie die je als overheid verstrekt, de begrijpelijkheid van deze informatie, de helderheid en procedures omtrent inspraakmomenten en de terugkoppeling van wat er met de inbreng gedaan wordt. Het zogenaamde ‘Mattheüseffect’ is daarbij ook van belang. Dat betekent dat het altijd een bepaald type jongere is die zich kandideert en uit naam van anderen spreekt. Je moet ervoor oppassen dat, doordat de inbreng vanuit een bepaalde groep komt, er geen ongelijke inbreng ontstaat. Een ongelijke inbreng zal er tot op zekere hoogte altijd zijn, het is van belang om je hiervan bewust te zijn.

In een ander onderzoek, Meer democratie, minder politiek, dat veel meer gaat over de democratie, concluderen we dat representatie of participatie helemaal niet zo’n tegenstellingen zijn. Voor sommige dingen wil je dat er een Jeugdraad of een platform bestaat, daar is het heel prettig dat jongeren zich met het beleid bemoeien. Maar veel jongeren hebben geen zin om over beleid mee te praten, en gelukkig maar. Deze jongeren willen misschien wel concreet hun steentje bijdragen. Bij Scouting bijvoorbeeld zijn er ongelooflijk veel vrijwilligers, waarvan sommige elke avond van de week bezig zijn om zich concreet voor jonge mensen in plannen, programma’s en leuke activiteiten in te zetten. De combinatie van representatie en directe participatie zie je in onze democratie terug, en het lijkt me ook iets wat je bijvoorbeeld in het jongerenwerk terugziet. Hoe je deze beide vormen met elkaar laat communiceren, en hoe je zorgt voor een juiste representatie van de achterban is een heel belangrijk iets.”

Hoe zorg je voor een juiste vertegenwoordiging?
"We hebben in ons laatste Sociaal en Cultureel Rapport een set van hulpbronnen gedefinieerd die mensen hebben om hun maatschappelijke positie te versterken. We zien dat er vier vormen van kapitaal zijn die mensen in meerdere of mindere mate hebben en die van invloed zijn op hun positie in de maatschappij:

  • Financieel kapitaal: inkomen of vermogen
    Doorgaans hebben jongeren wat minder daarvan ten opzichte van ouderen.
  • Persoonlijk kapitaal: gezondheid, fysiek en voorkomen
    Daar hebben jongeren over het algemeen heel veel van.
  • Sociaal kapitaal: netwerken
    Belangrijk om verder te komen in het leven.
  • Cultureel kapitaal: spreken van de taal, beheersing (digitale) vaardigheden, waardering door je omgeving.
    In- of uitsluiting speelt ook bij jongeren een rol.

Aan de hand van deze kapitaalmeetlat kun je de Nederlandse jongeren indelen. Je ziet dan dat de groep die veel van deze kapitaalvormen heeft, vaak hun plek innemen in representatieve organen. En dat diegenen die wat minder op deze meetlat scoren, een andere positie innemen. Zij zullen niet zo snel meepraten en misschien niet zo snel het gesprek met bijvoorbeeld een wethouder aangaan. Het is voor organisaties dus van belang om goed in beeld te hebben voor wie ze het werk doen en of het inderdaad gaat om het cirkeltje van hoogopgeleide blanke jongeren, of dat bestaande inspraakorganen de doelgroep niet goed representeren.

Hierbij speelt ook afkomst een rol. Als je het internationaal bekijkt hebben we in Nederland een redelijk egalitaire samenleving. Zo zit in ons onderwijssysteem een opwaartse mobiliteit. Ondanks dat zie je ook bij ons nog een hele sterke verbinding met wat ouders doen. Zo gaan kinderen van WO-opgeleide ouders, bijna allemaal naar de universiteit. Uit één van onze onderzoeken, Verschil in Nederland, blijkt ook dat leerkrachten de kinderen, onbewust, ook met deze bril beoordelen.

Om de verbinding te leggen met de participatiesamenleving; bovenstaande laat zien dat het heel belangrijk is om goed te overwegen welke instrumenten bij de moderne samenleving passen. Want die ongelijkheid a priori bevorderen, lijkt me niet een van de uitgangspunten van de participatiesamenleving. Je moet altijd op de een of andere manier gericht zijn, ook normatief, op het bestrijden van onrechtvaardigheid. Want onrechtvaardigheid leidt tot problemen in de samenleving en raakt met name kwetsbare mensen. Het is een opdracht aan de politiek om situaties waar onrechtvaardigheid het geval is, bij te stellen. Maar als diezelfde instituties ook voor onrechtvaardigheid zorgen, dan moet er wel iets gebeuren. Dat debat zou wel iets scherper gevoerd kunnen worden.”

De Jeugdwet biedt de kans om alle jongeren in Nederland te bereiken, ook de jongeren met wie het goed gaat. Desondanks is de focus nog vaak gericht op kwetsbaren en risicogevallen.
“In de evaluatie van de WMO hebben we gezien dat gemeenten wel veel met de zorg bezig zijn, maar soms groepen nog niet goed op het netvlies hebben, zoals mensen met geestelijke beperkingen. In de loop der jaren is het aandachtsveld verschoven naar risico’s en problemen rond jongeren, terwijl de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning, red.) ook van oorsprong een activerende wet is. Tijdens de evaluaties van de Wmo hebben we onder de aandacht gebracht dat het ook om activering als participatiemechanisme gaat. Daarnaast is het van belang om een soort variatie van participatie instrumenten te gebruiken. Die tien `beroepsburgers’ die tijdens een gemeenteraadsvergadering op de tribune zitten, bepalen voor heel veel mensen wat er gebeurd. De raadsleden reageren op deze burgers, terwijl deze burgers niet de hele gemeenschap vertegenwoordigen.”

Ken je voorbeelden waarin de participatie en representatie van jongeren wel goed geregeld zijn?
“Het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, red.) heeft een pilot omtrent de veiligheid van LHBT-jongeren op scholen uitgevoerd. Hierin ging het over zaken als; ben je uit de kast, kun je daar over praten, word je uitgescholden en hoe gaat de school daar mee om. Wij hebben deze pilot geëvalueerd en hebben onder andere gekeken naar wat het effect is als je op een bepaalde manier het gesprek met zo’n klas aangaat of als je een voorbeeld de klas inhaalt. We zagen, dat door jongeren het gesprek met elkaar te laten aangaan aan de hand van bijvoorbeeld een voorbeeld van buiten, het daadwerkelijk effect heeft gehad. Zelfs kinderen of jongeren die in eerste instantie alsmaar termen als ‘flikker’ gebruikten, gaven naderhand aan dat ze zich niet bewust waren van de impact van zulke woorden op hun klasgenoten. Door dit soort inzichten is hun gedrag aangepast.

Je kunt natuurlijk niet alles op het onderwijs afschuiven, maar dit is een voorbeeld.

In mei 2016 brengen we onze eerste rapportage over het sociale domein uit. En tot 2019 gaan we in ieder geval jaarlijks een rapportage uitbrengen waarin we verschillende voorzieningen en (vrijwilligers)initiatieven in kaart brengen.”

Heb je in jouw tijd als gemeenteraadslid van Hardinxveld-Giessendam jongerenparticipatie ingezet?
“Wij hebben een jeugdgemeenteraad ingesteld. En wat ik toen al een hele verkeerde reflex vond, was dat de jeugdgemeenteraad een politieke afspiegeling van de volwassen gemeenteraad moest zijn. Mijn stelling was dat jongeren misschien nog helemaal niet weten waar ze als ze mogen stemmen op gaan stemmen, dus koppel het juist los daarvan en laat jongeren meepraten. Er werd toen toch voor een afspiegeling van de gemeenteraad gekozen en de jeugdgemeenteraad heeft ook maar vijf jaar bestaan omdat het gewoon niet werkte. Dat is een voorbeeld van de oude instituties die nieuwe instituties proberen te vormen. Dit is jammer, want het kan ook anders. Je kunt dit soort instrumenten op een as zetten van meer tot minder geïnstitutionaliseerde tools. Zo’n jeugdgemeenteraad is vrij sterk geïnstitutionaliseerd. Binnen de kortste keren functioneert dat als een echte gemeenteraad. Terwijl je inspraak natuurlijk ook heel licht kunt houden door online platforms op te zetten.

Met name bij jeugdbeleid probeerde ik jongeren mee te laten praten. Dit vind ik heel waardevol, omdat ik denk dat het perspectief van jongeren echt voor een andere invalshoek zorgt. Daarnaast heb ik jarenlang op een school in mijn gemeente af en toe maatschappijleer gegeven. Op dit soort manieren probeer je een verbinding te leggen. Tevens heb ik via Scouting een redelijk groot netwerk in de jongerenwereld. Het is in het werken met jongeren belangrijk om mee te bewegen qua locatie, tijden en type activiteiten. Uit ons onderzoek naar vrijwilligerswerk en lidmaatschappen, Verenigd in Verandering, blijkt dat mensen niet meer zo makkelijk lid worden van een stichting of wat dan ook, terwijl ze wel voor activiteiten actief te maken zijn. Daarnaast is het voor met name jongeren belangrijk dat de activiteit aanspreekt. De afnemende ledenaantallen willen niet zeggen dat vrijwilligerswerk dood is, integendeel.

We zijn bijzonder snel ontkerkelijkt na de Tweede Wereldoorlog. Maar de vraag is natuurlijk: wat is daarvoor in de plaats gekomen? Als je naar de jeugdcultuur gaat kijken, is het heel interessant hoe symbolen en onderlinge verbinding een centrale rol spelen. Mijn ogen gingen open toen tijdens mijn opleiding, maatschappijsocioloog- en filosoof  prof. Roode sprak over de ontwikkelingen van nieuwe methodieken. Hij zei: ‘Het oogt soms vluchtiger, maar door die onlinemogelijkheden staan jongeren meer in contact met elkaar dan jullie ooit gehad hebben met je vrienden’. Dus je moet een ander frame hanteren bij de nieuwe generatie, en de vraag stellen: waar hebben mensen nieuwe behoeften liggen?"

Alle publicaties waaraan gerefereerd wordt:

Meer weten?
Kijk op de website van het Sociaal en Cultureel Planbureau voor meer informatie.
En volg het werk van het SCP via twitter of mail naar pers@scp.nl

Geïnterviewd: Kim Putters
Kim Putters is sinds juni 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het Sociaal en Cultureel Planbureau is een interdepartementaal, wetenschappelijk instituut, dat - gevraagd en ongevraagd -  sociaal-wetenschappelijk onderzoek verricht. Daarnaast zet Kim zich onder andere in als deeltijd hoogleraar beleid en sturing van de zorg in de veranderende verzorgingsstaat aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Posted
AuthorNJR

We leven in een tijd van vele kruispunten. Aan ons om fundamentele keuzes te maken, of het nu gaat over duurzaam gebruik van energiebronnen of de manier waarop samenlevingen omgaan met mensen die hier komen wonen omdat ze elders niet veilig zijn vanwege oorlog of honger. En hoe spelen we in op de kansen en risico’s die digitale en andere technologische ontwikkelingen met zich meebrengen? Er komt veel op ons af, zowel op ons als individuen als op de samenleving als geheel. Niemand heeft alle antwoorden, wat onze opleiding ook is, waar we ook vandaan komen en hoe oud of jong we ook zijn.

De toekomst is nu
We knikken doorgaans instemmend op de veelgemaakte observatie dat ‘kinderen en jongeren de toekomst hebben’. Maar dit blijft een loze uitspraak als we het niet koppelen aan de verantwoordelijkheid van besluitvormers nú om vanuit het belang van die ‘toekomst’ te handelen, niet vanuit wat wij nu denken nodig te hebben.

De uitspraak gaat er ook aan voorbij dat jonge mensen meer zijn dan ‘de toekomst’. Ze zijn ook nu al gelijkwaardige burgers, zoals de beroemde Poolse pedagoog Janusz Korczak aan het begin van de 20e eeuw op bijzondere manier in de praktijk bracht met zijn weeshuis dat door (jonge) kinderen en volwassenen samen bestierd werd. Beslissingen over hun welzijn werden niet voor kinderen, maar structureel met hen genomen.

De samenwerking die de Missing Chapter Foundation faciliteert tussen besluitvormers in organisaties is vanuit diezelfde gelijkwaardigheid ontwikkeld. Meer dan 50 organisatie zijn tot nu toe de uitdaging aangegaan om een Raad van Kinderen in te stellen. En we werken met tientallen andere organisaties om inzichten van kinderen serieus te nemen. De onderwerpen zijn heel verschillend, maar ze hebben gemeen dat ze echt aan de slag gaan met de uitkomsten. Kinderen en jongeren serieus nemen mag nooit vrijblijvend zijn. We zien dat dit waardevol is voor alle betrokkenen. Nu is onze volgende uitdaging: zijn volwassenen toegerust om de perspectieven van jonge mensen structureel en als disruptive force een plek te geven in hun besluitvorming? Hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde Gert Biesta constateert dat ‘wat kinderen in de wereld brengen of toevoegen onze gewone gang van zaken zal verstoren. Alleen als we die verstoring als positief leren waarderen, behoeden we onszelf voor totalitarisme.’

Iedereen heeft een stukje van de puzzel
Beslissingen zijn pas echt toekomstbestendig en houdbaar als verschillende perspectieven worden meegenomen, ook die van jonge mensen. Is het dan niet logisch dat volwassenen en kinderen en jongeren structureel en niet-vrijblijvend met elkaar in gesprek gaan?

Volwassenen hebben kennis die ze in een historische context kunnen plaatsen, denken in structuren en systemen en overzien vaak processen van besluitvorming.  Kinderen en jongeren op hun beurt beleven de wereld anders, denken vrij en vanuit hun gevoel en hebben de openheid en verbeelding die nodig is om tot een frisse kijk op vraagstukken te komen. En kinderen willen – terecht - weten waarom iets gebeurt en wat we doen met hun ideeën. Waar wij vaak in probleemanalyse blijven steken, willen kinderen en jongeren actie. Ook daarmee zetten ze ons volwassenen op scherp.

We weten dat belangrijke keuzes om het hoofd én het hart vragen, om analyse én actie, om inzichten uit het verleden én onverwachte oplossingen. Maar wij volwassenen zijn geconditioneerd door de denkpatronen die ons als kind zijn opgelegd en die we hebben ontwikkeld in onze persoonlijke en professionele situaties. Het is nog maar de vraag of al deze denkpatronen en referentiekaders nog kloppen als het gaat om de uitdagingen waar we voor staan, nu en in de toekomst. De noodzaak voor de transitie van een lineaire naar een meer circulair ingerichte economie is daar een sprekend voorbeeld van.

Het gaat er dus om dat jongeren en ouderen elkaar serieus nemen. Het vergt aanpassing van beiden om de traditionele rolverdeling tussen volwassenen en jonge mensen te doorbreken. Zo vraagt verjonging van de bestuurstafels bijvoorbeeld meer dan een stoel vullen met een jong iemand. De ruimte geven aan de ander vraagt om zelfreflectie over eigen limieten en het vermogen om ons in de ander te verplaatsen. Dat is leiderschap, in de woorden van 10-jarige Saiffeddine: ‘Leiderschap is leren loslaten te denken dat je altijd de beste moet zijn.’

Dus zolang we niet anders naar onszelf leren kijken, zullen we nooit anders naar kinderen en jongeren kijken. Als we hen willen opleiden tot actieve, betrokken burgers, zullen we ze de ruimte moeten geven om burgerschap te ervaren, te beleven en ook zelf vorm te geven. Want zoals Professor Micha De Winter aangeeft, actieve betrokkenheid van jongeren bij de samenleving is cruciaal voor de ontwikkeling van ‘democratische habits’. Het aanpakken van problemen zonder daar jongeren bij te betrekken is volgens De Winter juist een ontmoediging van deze habits.

Shared Learning
Natuurlijk zijn kinderen en jongeren op sommige gebieden kwetsbaar en hebben ze bescherming nodig. Maar we onderschatten vaak hun unieke (denk)kracht. Ervaring leert dat wanneer ze de ruimte krijgen om conceptueel na te denken, ze dat ook heel goed kunnen, vaak tegen alle verwachtingen in. Want we onderschatten niet alleen hun individuele kracht; juist ook de interactie met hun peers leidt tot verrassende dynamiek en oplossingen.

In onze Shared Learning aanpak leren kinderen en volwassenen – leerkrachten en bestuurders - continu samen. Iedereen heeft steeds een wisselende rol en verbetert vaardigheden, kennis en zelfvertrouwen. Met Shared Learning kunnen betrokkenen als het ware én zelf dansen, én danstips geven én vanaf het balkon naar de dansvloer kijken. De enige randvoorwaarde is een lerende houding.  Ook hierover hebben kinderen handige tips: ‘om goed samen te werken moet je soms je eigen plan durven loslaten,’ of ‘om te innoveren moet je wel vragen durven stellen.’

Iedereen heeft een eigen rol, ontwikkeling en plek. Maar we lijken meer op elkaar dan we denken, wie we ook zijn, waar we ook vandaan komen en welke leeftijd we ook hebben.

 

Geschreven door: Laurentien van Oranje
Oprichter en directeur Missing Chapter Foundation.
De Missing Chapter Foundation (MCF) is in 2010 opgericht door Prinses Laurentien. Via innovatieve en strategische programma's brengt MCF de creatieve en morele denkkracht van kinderen en besluitvormers bijeen in een gelijkwaardige en niet‑vrijblijvende dialoog over actuele thema’s die spelen in organisaties en de maatschappij.

‘Enabling all young people to engage in a diverse, connected and inclusive Europe’ is het thema van de EU-Jeugdconferentie die van 4 t/m 7 april in Amsterdam plaatsvindt. Gedurende deze vier dagen gaan jongeren en beleidsmakers uit alle EU-lidstaten met elkaar in gesprek over de vraag wat jongeren nodig hebben om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen in de huidige digitale en multiculturele samenleving. Hierbij is er extra aandacht voor jongeren die voor meer uitdagingen staan dan hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld vanwege een migrantenachtergrond of door psychische problemen.
 

Gisteren was alweer de laatste dag van de EU-Jeugdconferentie. De meeting is afgesloten met een debat over radicalisering, met onder andere Staatssecretaris Van Rijn, Eurocommissaris Navracsics en Manfred Zentner. De centrale vraag: wat denken jongeren dat gedaan moet worden om het radicaliseren van leeftijdsgenoten te stoppen?

STAD Bussum heeft gisteren Jongerenvoorzitter Europese Zaken Sjoukje van Oosterhout geïnterviewd en Tibbe van den Nieuwenhuijzen draaide de rollen even om..


Hoe nu verder?
De resultaten van de EU-Jeugdconferentie worden door alle deelnemers in hun eigen land met besproken. De uitkomsten zullen later dit jaar worden gepresenteerd tijdens het Slowaakse EU-voorzitterschap.

En uitgebreide terugblik van Sjoukje en Tibbe op de EU-Jeugdconferentie volgt op NJR Professionals.

NJR gelooft dat de best mogelijke wereld een wereld is waarin iedereen het beste uit zichzelf kan halen. Maar hoe doe je dat, het beste uit jezelf halen? Dat kunnen we bereiken wanneer iedereen al van jongs af aan zijn/haar sterke punten ontdekt en deze verder ontwikkelt. De Sterke Punten beweging is overgewaaid van de Amerikaanse Gallup Organization. Zij vroegen zich af hoe het kan dat bepaalde organisaties, teams en medewerkers meer succesvol zijn dan andere (met dezelfde kwalificaties, diploma’s en ervaring). Het verschil blijkt te zitten in de ruimte die een organisatie maakt voor het werken vanuit dat wat je goed kan en waar je energie van krijgt. Ligt de focus van de leidinggevende op ‘dat wat je nog niet zo goed kan’ of op de vraag ‘hoe kunnen we dat wat jij goed kan, zo optimaal mogelijk gebruiken’? Na duizenden interviews en onderzoek heeft Gallup de ‘Strength-Finder’ ontwikkeld, een test die inzicht geeft in ieders sterke punten.

Deze sterke punten filosofie is onder andere het uitgangspunt geweest bij de ontwikkeling van onze HappyCode, deze beschrijft waar je goed in bent en waar je energie van krijgt. Bij de ontwikkeling hebben we ons daarnaast gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar geluk en welzijn, zoals de psychologische basisbehoeften en de positieve psychologie. Ook is er geput uit de jarenlange praktijkervaring van NJR.

Het afgelopen jaar is de kaartenset HappyCode uitvoerig getest binnen alle projecten van NJR. Duizenden jongeren hebben inmiddels hun HappyCode ontcijferd. Daarom kunnen we nu met zekerheid zeggen dat deze methodiek werkt. Het is in te zetten tijdens training, coaching en ook individueel online te maken.


Waarom?
Tijdens school, studie, werk en in relaties leer je steeds meer over jezelf, ontdek je waar je goed in bent en wat je leuk vindt om te doen. Soms is dat best een uitdaging, want waar begin je? En is het ooit goed genoeg? Dit zijn vragen waar met name jongeren zich mee bezig houden. Dit is voor professionals die met deze jongeren werken een kans, zij kunnen de jongeren ondersteunen en begeleiden in het ontdekken van zichzelf.  Hiervoor is het werken met HappyCode een goed uitgangspunt en een effectieve tool.

Een sterk punt is iets anders dan een kwaliteit, competentie of talent. Deze zijn wel onderdeel van sterke punten, maar juist de 3-trap van talent + kennis + vaardigheden maken een sterk punt ‘sterk’. Een talent is als vanzelfsprekend voor jou. Het is aanwezig in de dingen die je doet en waar je energie van krijgt, los van de situatie op school, werk, thuis of met vrienden.

Om dit talent te ontwikkelen heb je kennis nodig; kennis uit theorie, algemene basiskennis én kennis uit ervaring. Om vervolgens je talent en kennis in te kunnen zetten in je werk en dagelijks leven heb je vaardigheden nodig. Dat is de formule voor een sterk punt. Een talent kan bijvoorbeeld zijn dat je graag wilt weten hoe dingen in elkaar zitten. Je sterke punt is dan ‘onderzoeker’. Om dit in te kunnen zetten heb je kennis nodig over brongebruik en vaardigheden als informatievaardigheden en kritisch denken. Deze vaardigheden kun je ontwikkelen op school en in je werk.

Wanneer jongeren hun sterke punten kennen en deze inzetten voor zichzelf en anderen, stijgen ze boven zichzelf uit en hebben ze een succeservaring. Dit heeft een positief effect op de maatschappij. Wanneer jongeren weten wat hun sterke punten zijn, maken ze bijvoorbeeld sneller een goede studiekeuze waardoor ze niet hoeven te switchen of geeft het focus in het zoeken naar werk dat bij hen past. Dit bespaart de maatschappij geld. Het kennen van sterke punten zorgt voor een positief zelfbeeld. Jongeren met een positief zelfbeeld zijn meer proactief en zelfsturend. 

Eigen ervaring
Als senior trainer van de NJR Trainerspool ben ik anderhalf jaar geleden gevraagd om mee te helpen met de ontwikkeling van de achterliggende methodiek waar HappyCode en Cloud9 uit voortgekomen zijn. Tijdens dit proces heb ik ook mijn eigen sterke punten ontdekt en zet ik regelmatig nieuwe stappen in de ontwikkeling hiervan. Ik heb gemerkt dat het leren kennen, onderzoeken en inzetten van mijn sterke punten mij meer energie oplevert, sturing geeft in mijn werk en in het leven dat ik leef. Het is geen ‘trucje’, maar geeft mij handvatten om dingen die ‘vaag voelen’ te kunnen benoemen voor mijzelf en de buitenwereld. In het trainersvak vind ik het leuk en belangrijk om écht contact te maken met de deelnemers. En ook met vrienden en op straat praat ik makkelijk met verschillende mensen.

Was ik verbaasd dat uit HappyCode de rol van ‘Netwerker’ kwam rollen? Verbaasd zeker niet, wat een bevestiging! Hé dit is niet vanzelfsprekend voor iedereen… Dit gaat over mij! Juist doordat het voor mij zo vanzelfsprekend is om contact te zoeken, vond ik het lastig om te zien hoeveel dit zegt over mijn kracht. Echt contact maken, nieuwsgierig zijn naar de ander, verbinding maken. Dat ben ik.

Sterke punten in de praktijk
Het vertrekken vanuit je sterke punten vraagt om tijd om te ontwikkelen en te groeien. Dit is een proces van bewustwording, reflectie en oefening. Het is geen kant en klare ‘doe dit en je bent gelukkig formule’. Tijdens trainingen heb ik nu meerdere keren mogen meemaken dat iemand de stap van bewustwording en herkenning zette. ‘Hé, dit gaat over mij!’ ‘Hé, ik herken dit.’ Ik krijg er energie van als deelnemers aan een training dit moment hebben en delen. Vaak is dit ontroerend en soms spannend. De herkenning en erkenning, het kwartje dat valt ‘dit ben ik!’ is zo’n sterk moment. Dit gaat voor mij over zo’n belangrijke menselijke behoefte: gezien en gewaardeerd worden door anderen maar vooral ook door jezelf.

Ik ben blij dat NJR in al haar projecten en activiteiten het doel heeft om jonge mensen deze ontdekking te geven. Zodat we met allen kunnen werken en leven als ‘ons beste zelf’. Want helaas ervaren veel jongeren juist wat ze niet goed kunnen. Dit is een gemiste kans.


Ken jij je sterke punten al? Ga naar www.cloud9.world en ontdek!

Geschreven door: Myrte Kock

Myrte is senior trainer van de NJR Trainerspool. Ze zet zich onder andere in de ontwikkeling en uitvoer van de projecten ROC Werkt, Young Leaderz en Shake it off. Daarnaast is ze docent op het ROC van Amsterdam en trainer vanuit haar eigen bedrijf: KOnneCKt, training, onderwijs en projectwerk.

 

 

 

 

Posted
AuthorNJR
                                                                                                                                                  Copyright: René Verleg

                                                                                                                                                  Copyright: René Verleg

‘Enabling all young people to engage in a diverse, connected and inclusive Europe’ is het thema van de EU-Jeugdconferentie die van 4 t/m 7 april in Amsterdam plaatsvindt. Gedurende deze vier dagen gaan jongeren en beleidsmakers uit alle EU-lidstaten met elkaar in gesprek over de vraag wat jongeren nodig hebben om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen in de huidige digitale en multiculturele samenleving. Hierbij is er extra aandacht voor jongeren die voor meer uitdagingen staan dan hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld vanwege een migrantenachtergrond of door psychische problemen.

Op woensdag 6 april zijn de jongeren en beleidsmakers de hele dag op het Marine
Etablissement Amsterdam aan de slag gegaan met de verdere verkenning van het thema ‘Enabling all young people to engage in a diverse, connected and inclusive Europe’. Uit deze sessies zijn de belangrijkste thema's waar jongeren tegenaan lopen gehaald. Deze zijn diezelfde nacht door een kernteam verwerkt tot het 'Guiding-framework'.

 
                                                                                                                                                                             Copyright: René Verleg

                                                                                                                                                                             Copyright: René Verleg

Bekijk de beelden, gemaakt door STAD Bussum:

                                                                                                                                              Copyright: René Verleg

                                                                                                                                              Copyright: René Verleg

‘Enabling all young people to engage in a diverse, connected and inclusive Europe’ is het thema van de EU-Jeugdconferentie die van 4 t/m 7 april in Amsterdam plaatsvindt. Gedurende deze vier dagen gaan jongeren en beleidsmakers uit alle EU-lidstaten met elkaar in gesprek over de vraag wat jongeren nodig hebben om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen in de huidige digitale en multiculturele samenleving. Hierbij is er extra aandacht voor jongeren die voor meer uitdagingen staan dan hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld vanwege een migrantenachtergrond of door psychische problemen.

Tijdens de tweede dag hebben jongeren en beleidsmakers uit alle EU-lidstaten gesproken over hoe jongeren zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen in onze digitale en multiculturele samenleving. In dit gesprek is er extra aandacht voor jongeren die geconfronteerd worden met meer uitdagingen dan hun leeftijdgenoten, bijvoorbeeld omdat ze psychische problemen hebben of een migrantenachtergrond.

´s Middags is de delegatie op werkbezoek geweest bij verschillende projecten in Amsterdam:


STAD Bussum heeft ook van deze tweede dag een filmpje gemaakt:

Op 6 mei 2014 heeft Jules Schelvis zijn verhaal tijdens de bijeenkomst Herdenken en Vooruitzien, georganiseerd door Youth and Sobibor en NJR, gedeeld.

Op 6 mei 2014 heeft Jules Schelvis zijn verhaal tijdens de bijeenkomst Herdenken en Vooruitzien, georganiseerd door Youth and Sobibor en NJR, gedeeld.

Op zondag 3 april 2016 is Jules Schelvis overleden. Meneer Schelvis heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog 7 concentratie- en vernietigingskampen overleefd. Hij was de enige Nederlandse overlevende van vernietigingskamp Sobibor.

Meneer Schelvis heeft de laatste periode van zijn leven gebruikt om zijn persoonlijke en indrukwekkende verhaal te vertellen, zodat ook nieuwe generaties weten wat er in de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd.

Meneer Schelvis deelde zijn verhaal met alle mensen uit de samenleving, zo ook jongeren. Op een rustige wijze sprak hij met hen. Zijn aangrijpende verhaal is ook voor jongeren aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan over hoe herdenken en vooruitzien er voor hen in de toekomst uit moet zien.

NJR is Jules Schelvis zeer dankbaar dat hij zijn verhaal met ons heeft willen delen.

‘Enabling all young people to engage in a diverse, connected and inclusive Europe’ is het thema van de EU-Jeugdconferentie die van 4 t/m 7 april in Amsterdam plaatsvindt. Gedurende deze vier dagen gaan jongeren en beleidsmakers uit alle EU-lidstaten met elkaar in gesprek over de vraag wat jongeren nodig hebben om zichzelf zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen in de huidige digitale en multiculturele samenleving. Hierbij is er extra aandacht voor jongeren die voor meer uitdagingen staan dan hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld vanwege een migrantenachtergrond of door psychische problemen.

Op maandag 4 april is de conferentie gestart met een kennismaking tussen staatssecretaris Van Rijn en de jongerendelegatie. Hierna zijn ze gezamenlijk op bezoek geweest bij ‘Appie’. De Appie Foundation is opgericht door Appie El Massaoudi. Hij is een jonge Haagse ondernemer die ondersteuning en begeleiding biedt aan jongeren met een strafblad of voormalig geradicaliseerde jongeren die teruggekeerd zijn uit Syrië. Door middel van zijn stichting probeert Appie deze jongeren een tweede kans te geven in onze maatschappij.

STAD Bussum is er de hele week bij om alles vast te leggen. Zie hier hun filmpje van de eerste dag!

Posted
AuthorNJR